Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gevolgen van den Lombardisohen opstand in het overige Italië

Maar de overige gingen alle verloren, sommige met een deel der bezetting en veel voorraad.

In liet begin van April was geheel Lombardije en Venetië, op die vier vestingen en het daartusschen gelegen land na, geheel vrij. Overal woei de Italiaansche vlag, maar nergens waren de leiders het met elkander eens geworden over hetgeen nu moest geschieden.

De hertog van Modena was gevlucht, zoodra het oproer te Milaan zegevierde; die van Parina had, toen de Oosten rij ksche bezettingen zijn hoofdstad en zijn vesting Piacenza ontruimd hadden, zijn land aan de voogdij van den paus, den koning van Sardinië en den groothertog van Toscane toevertrouwd, wat hem voor het oogenblik een zeldzame populariteit verschafte. De groothertog van Toscane wedijverde met hem in betoou van nationale en liberale gezindheid. Hij zelf riep zijn volk op ter verdediging van Italië, het gemeenschappelijk vaderland, waarbij het reeds door Cavour als titel voor zijn liberaal dagblad gebruikte woord risorgimento, wederopstanding, door hem voor het eerst op de Italiaansche beweging werd toegepast. Een massa vrijwilligers, alle studenten van Pisa en Lucca, trokken met het kleine legertje naar de grenzen.

Hetzelfde tfebeurde te Rome. Daar had, op het bericht der Februari-revolutie, Pius IX besloten de revolutie te voorkomen. Een commissie van hooge geestelijken kreeg last een grondwet voor den Kerkelijkeu Staat te ontwerpen, en een grootendeels uit leekeu bestaand nieuw ministerie, aau welks hoofd als staatssecretaris de kardinaal Antonelli werd gesteld, een der handigste staatslieden van zijn tijd en allerminst een blind ijveraar voor de pauselijke almacht, werd zelfs verplicht om bij zijn optreden de loyale toepassing dier grondwet, welke het echter evenmin als iemand anders kende, te beloven.

Vier dagen later, 14 Maart, verscheen dat Fondamenteel Statuut voor de wereldlijke regeering van den Kerkelijkeu Staat. Uitdrukkelijk verklaarde de paus daarin dat hij zijn geestelijke macht in geen enkel opzicht aau banden meende te leggen. Integendeel, de vrijheid van den Heiligen Stoel mocht niet de geringste vermindering ondergaan door deze grondwet van den pauselijken staat. Volgens die grondwet, welke de paus uit vrije machtsvolkomenheid zijnen onderdanen verleende, stond naast den paus liet college van kardinalen, dat alle wetten in een geheim consistorie had te onderzoeken en den paus ter verwerping of goedkeuring voor te dragen. Die

Sluiten