Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T WEEDE H O O F DSTU K.

D E CRISIS.

De verkiezingen in Frankrijk hadden het ondubbelzinnig bewijs geleverd, dat de natie, zoo zij zich al neerlegde bij de politieke. omwenteling, van een maatschappelijke niet weten wilde. Maar de. wil der natie was in Frankrijk allerminst oppermachtig. De revolutionnairen erkenden de souvereiniteit van het volk slechts in zoover als die kon dienen tot wettiging van hun streven. Dat hadden zij in 1792 en volgende jaren steeds gedaan, en ook thans dachten zij er niet aan anders te handelen. Al waren zij bij de stembus volkomen verslagen, zij gaven daarom geen oogenblik hun plannen op. De groote revolutie had in haar gansche verloop bewezen dat alleen wie in Parijs de macht in handen had Frankrijk kon regeeren, en de Juli- en de Februari-revolutiën hadden duidelijk aangetoond dat dit bewijs nog even goed gold als een halve eeuw geleden.

De vraag was dus slechts of de revolutionnairen in staat zouden zijn Parijs te beheerschen. In de groote revolutie was hun dit steeds gelukt; hetzij met de volksmenigte, hetzij met de gewapende macht hadden zij de groote stad in onderwerping gehouden, tot eindelijk een die sterker was dan zij hun voorbeeld had gevolgd en met geweld aan hun heerschappij een einde had gemaakt. Voor dat laatste behoefden zij thans vooreerst niet te vreezen. Maar wel daarvoor, dat Parijs zich niet zoo gewillig zou laten overmannen als voorheen. Dat was op den 13d,,n April duidelijk gebleken, en hoewel sedert dien tijd de toevloed der broodelooze arbeiders naar de nationale werkplaatsen een aanzienlijke versterking der revolutionnaire strijdkrachten te weeg had

Frankrijk. De revolutiDnnaire partij en de Nationale Vergadering.

Sluiten