is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In alle geval, als werkelijk iets dergelijks in het begin het geval was, en daar zijn bewijzen voor bijgebracht, die echter niet bevestigd zijn, dan ging het Bonaparte als Philips van Orleans in 1789, in 't bijzonder in de Octoberdagen; de beweging, die hij hielp aanstoken, nam een geheel andere richting dan hij kan bedoeld hebben.

Het oproer had de regeering geenszins onvoorbereid getroffen. Maar van den beginne af was er tusschen haar en de Nationale Vergadering geen goede verstandhouding. De onlangs plaats gehad hebbende verkiezing van Lodewijk Bonaparte had haar in de laatste een nederlaag berokkend, welke Lamartine zich zoo aantrok dat hij had willen afdanken. Hij en Ledru Rollin werden door de conservatieven in de vergadering zeer ten onrechte verdacht van op den 15 d,'n Mei niet geheel oprecht te zijn te werk gegaan. Het drijven der meerderheid om de nationale werkplaatsen onmiddellijk te,sluiten gaf tot nieuwe geschillen aanleiding.

Een gedeelte der conservatieven meende tegenover het socialistengevaar beter beveiligd te zijn, wanneer een man als Cavaignac, een even goed krijgsman als overtuigd republikein, het uitvoerend gezag in handen had. Cavaignac en de regeering waren het niet geheel eens omtrent de wijze waarop het naderend oproer moest bestreden worden, en de laatste meende dat de generaal niet snel genoeg voor de vermeerdering der troepen binnen Parijs had zorg gedragen. De generaal daarentegen was niet volkomen zeker van alle korpsen. De Februari-dagen hadden vele gedemoraliseerd en voor straatgevechten bang gemaakt. Hij wilde daarom niet anders dan met sterke afdeelingen optreden. Zoo was het niet vreemd, dat niet reeds terstond op den morgen van den 23ste" het oproer in zijn geboorte verstikt werd, zooals misschien door overal krachtig op te treden mogelijk zou zijn geweest. Daarenboven kwam de nationale garde in het begin slecht op. Toen het oproer langer duurde, breidde, liet zich hoe langer hoe meer uit. De geheele noordoostzijde van de stad, de Cité en een goed gedeelte van den linkeroever geraakten op den duur in de hauden der werklieden; de oostelijke helft der boulevards werden voor een gedeelte door barricaden bestreken, en de hooge huizen en nauwe straten, van welke laatste nu reeds zoovele zijn verdwenen, werkten de verdediging evenzeer in de hand, als zij den aanval bemoeilijkten.

Hoe groot het aantal strijders aan de zijde der opstandelingen was, is nimmer kunnen begroot worden. Want niet weinigen namen zeker