Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alles wat strekkeu kon om de orde te beveiligen, trok de aandacht, terwijl alles wat gedaan werd om in Frankrijk de republiek, die nu heette te bestaan, te organiseeren en te bevestigen, betrekkelijk onverschillig werd aangezien. Men voelde zich verlicht, toen het gelukte, tengevolge van het rapport der commissie van onderzoek naar de voorgevallen onlusten, Louis Blanc en Caussidière aan te klagen en hen te nopen het land te verlaten. Ledru Rollin had zich van de verdenking weten te zuiveren. De min of' meer socialistische democraten werden een hoe langer hoe zwakker partij, zij hadden bijna al hun hoofden verloren. Maar ook de overige republikeinen begonnen hoe langer hoe meer invloed te verliezen. De mannen der Voorloopige Regeering en der Uitvoerende Commissie traden zelden meer op den voorgrond. Lamartine scheen haast vergeten. Daarentegen werden de vroegere liberale ministers Thiers, Odilon Barrot, Duvergier de Hauranne weder hoe langer hoe meer de leiders der gematigde partij, mannen die eigenlijk alleen uit nood de republiek voorstonden. De besliste republikeinen, die niet radicaal waren, hadden wel het uitvoerend gezag in handen, maar verloren in de vergadering steeds grond.

Dit kwam vooral uit, toen in September de constitutie der republiek het hoofdonderwerp werd. Sedert Mei was daarover in een voorbereidende commissie beraadslaagd, welke reeds een maand later, even vóór het begin van den Juni-opstand, haar verslag had ingediend, 't Was reeds toen opmerkelijk, hoe weinig het publiek zich daarover warm maakte. Op den duur wekten alleen enkele punten belangstelling.

In de eerste, plaats de vraag omtrent het recht op arbeid, die breedvoerig besproken, maar met groote meerderheid in ontkennenden zin beslist werd. De vergadering durfde echter niet ontkennen, dat de staat verplicht was, onder zekere omstandigheden, den burgers, die wel werken wilden, maar niet konden, een bestaan te verzekeren , maar zij deed dat zoodanig, dat eigenlijk niemand er mede tevreden was. Zij had daarmede voor goed met het jongste verleden gebroken. Voor de socialisten en democraten waS de republiek nu niets meer waard. Te minder, daar ook hun lievelingsbeginsel van een progressief belastingstelsel met nog overweldigender meerderheid werd verworpen. Van nu af was de tweede republiek voor hen evenzeer als de Juli-monarchie een heerschappij der bezittenden geworden.

Noch iu Europa, noch in Frankrijk werd veel op de snel alioopende discussiën over tal van de belangrijkste beginsel-quaesties gelet. In

19

Vaststelling

der constitutie.

Sluiten