Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komst, en wel ten bate der republiek in het algemeen en in alle geval mede ten bate van Frankrijk, dat de bewezen hulp met den afstand der reeds vroeger, van 1792—1815, door Frankrijk bezeten provinciën van het koninkrijk Sardinië, Savoie en Nizza, hoopte vergoed te krijgen. Hoe natuurlijk die wensch ook was, vooral ten opzichte van Savoie, waar de bevolking zeer zeker geenszins ltaliaansch en eigenlijk niet eens Italiaansch-gezind was (met Nizza was dat een ander geval), de tegenzin van den koning om een mogelijke vergrooting van zijn rijk met den afstand van zijn stamland te betalen, was dat niet minder. Door zijn beroemd zeggen: »T/Italia fara da se\ had hij in beginsel alle vreemde hulp afgewezen.

De quasi-liberale regeering, die thans in Weenen zetelde, had zich daarentegen met Engeland in betrekking gesteld. Lord Palmerston, de toenmalige leider der buitenlandsche staatkunde van het Britsche rijk, had een besliste voorliefde voor de liberalen op het vaste land en in het bijzonder in Italië, zelfs als zij revolutionnair optraden, maar niet minder een neiging om overal Engelands macht op den voorgrond te brengen. Hij was daarenboven zeer tegen een inmenging van Frankrijk in de l.taliaansche zaken. In beginsel was hij dus wel bereid om een bemiddeling op zich te nemen, te meer daar in dien tijd de Oostenrijksche regeering door den met de Lombarden zeer goed bekenden en hun zeer gunstig gezinden graal Hartig een verzoening aanbood, waarin zeer ten onrechte door de Italianen een valstrik werd gezien. Wanneer de toenmalige Oostenrijksche regeering met het verlies van Lombard ije zich uit de Italiaansche verwikkelingen had kunnen losmaken en slechts Venetië had kunnen behouden, zou zij zich zeer gelukkig hebben geacht. Want de golven der revolutie schenen op het punt den keizerstaat geheel te verzwelgen. Maar de toestand was niet een zulke dat een bemiddeling eenige kans had; daarvoor liepen de eischen veel te veel uiteen. Zoodra de militaire toestand voor Oostenrijk gunstiger begon te staan, werden de besprekingen tusschen de diplomaten in een anderen toon gevoerd; een tijd lang hielden zij geheel op. Eerst toen de kans zich voor goed tegen de Italianen scheen te zullen keeren, werden zij hervat.

lerwijl dit geschiedde, eigenlijk zonder dat het op den loop der ge-: beurtenissen invloed had, was in Midden- en Zuid-ltalië de vloed der revolutie hoe langer hoe hooger gaan stijgen. In den Kerkelijken Staat waren de verkiezingen voor het eerste Romeinsche parlement uitgeschreven,

Pius IX en de revolutie. De Allocutie van 29 April.

Sluiten