is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich verplichtte den Sardiniërs vrijen aftocht achter den Ticino toe te staan, en personen en eigendom der Milanezen te sparen, in afwachting van lateTe beschikkingen zijner regeering. Dat geschiedde den 5de" Augustus 's morgens.

Het bericht dezer conventie verwekte in Milaan de grootste woede. De koning werd voor verrader gescholden en in zijn hoofdkwartier in de stad belegerd, de hertog van Genua door het volk gevangen gehouden; overal werden barricaden opgericht, 't Waren echter alleen de lagere volksklassen en eenige vrijwilligers die zoover gingen; de aanzienlijken werden zoo bevreesd voor een algemeene plundering, dat zij nu zeiven Radetzky verzochten de conventie aan te nemen, daar de koning niet meer vrij was en dus belet werd die goed te keuren.

Toen echter de koning en zijn zoon door de troepen bevrijd waren, werd de orde weder hersteld, de wapenstilstand gesloten eu de stad door de Sardiniërs in den nacht van 5 op 6 Augustus ontruimd. Om verdere wanordelijkheden te voorkomen, verzocht de gemeenteraad Radetzky haar terstond te bezetten. Drie dagen later (9 Augustus) werd de formeele conventie gesloten, die naar den Sardinischen generaal, die haar teekende, in Italië de wapenstilstand van Salasco heet. De Ticino werd de demarcatielinie tusschen de beide legers. De Sardiniërs en hun bondgenooten moesten in drie dagen Peschiera, Brescia en andere plaatsen in Lombardije ontruimen en evenzoo Modena, Panna en Piacenza en ook Venetië. Personen en eigendommen in de door de Sardiniërs ontruimde landen en plaatsen zouden ouder bescherming der Oostenrijksche regeering staan. Dit zou vooreerst voor 6 weken gelden, daarna kon de wapenstilstand verlengd worden of moest 8 dagen vóór den afloop worden opgezegd.

Hiermede was alles beslist. Jacob Durando met zijn Lombardische vrijwilligers trok naar Piëmont terug, andere vrijwilligers zochten een toevlucht over de Zwitsersche grenzen. Garibaldi alleen vatte, nadat hij eerst over de grenzen teruggegaan was, plotseling het plan op den volkskrijg te beginnen en begaf zich naar de streken bij het Lago Maggiore. Tot den 278t™ hield hij hier, hoewel zijn korps weldra tot op 1500 man versmolt en de bevolking hem weinig hielp, een geheel Oostenrijksch legerkorps onder D'Aspre, bijna tienmaal zoo sterk, bezig. Eindelijk echter dwong hem de overmacht naar Luino en van daar op Zwitsersch gebied te wijken. Hij had werkelijk wonderen van moed en bedachtzame stoutheid Verricht. Als allen als hij geweest