Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ministerie was niet bijzonder populair en daarenboven bleven die geschillen meestal voor het groote publiek verborgen. Zoo kon den 5d™ Juni de Kamer van afgevaardigden geopend worden, zonder dat er ongeregeldheden voorvielen. Ook de capitulatie der pauselijke troepen te Vicenza deed geen oproer ontstaan. Maar de onderneming van Welden tegen Bologna had geheel andere gevolgen.

De paus zag zich gedwongen om tegen het optreden der Oostenrijkers te protesteeren en de burgers van den Kerkelijken Staat ter verdediging der grenzen op te roepen, maar hij toonde duidelijk dat hij het ongaarne deed. Hij wilde zich niet langer laten dwingen in een richting, welke hem tegenstond; hij verdaagde de kamers en nam het ontslag van Mamiani en zijn ambtgenooten aan. De vorming van een nieuw ministerie droeg hij den vroegeren Franschen gezant te Rome, den Toscaanschen graaf Pellegrino Rossi op, een vriend en partijgenoot van Guizot en vooral als staathuishoudkundige bekend. De buitenlandsche zaken werden weder als voorheen aan een kardinaal toevertrouwd. Rossi nam de binnenlandsche en de financiën op zich.

Wat Pius bovenal tot dit bij de opgewondenheid der gemoederen hoogst gevaarlijke besluit schijnt te hebben gebracht, was de anarchie, die na het aftrekken der Oostenrijkers in de Legatiën heerschte. De radicalen, die zoo min van Karei Albert als van den paus wilden weten, waren daar toen, dank zij het van alle kanten toestroomen van vrijwilligers, niet het minst van zulke, die in Lombardije wel gediend maar meestal niet gevochten hadden, en van allerlei volk van twijfelachtig gehalte, meester geworden, hadden de troepen medegesleept en alle orde omvergeworpen. De kardinaal-legaat Amat was ziek en afwezig; zijn plaatsvervanger had geen gezag. Met groote moeite gelukte het den ijlings teruggekeerden kardinaal en den hem uit Rome medegegeven regeeringscommissaris Farini, met hulp van eenige soldaten en gendarmes langzamerhand de orde te herstellen, 't Geschiedde niet zonder krasse maatregelen en bloedvergieten. De burgerij werd toen weder meester in de steden; de boeren waren van den beginne af tegen de beweging geweest, die eigenlijk slechts wanorde en plundering beoogde. Niet ten onrechte kon de paus zich, ter rechtvaardiging der verandering van regeering, beroepen op zulke toestanden, die men wel is waar voor het oogenblik meester was geworden, maar die ook ieder oogenblik in andere deelen van den staat, zelfs te Rome konden ontstaan. Yan Rossi was in alle geval geen zwak-

Sluiten