Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verkiezing

van den „Beichsverweser".

De Pruisischi Nationale vergadering.

volstrekt niet met de zaak wilde inlaten en verklaarde met Denemarken in vrede te willen blijven. Spoed was dus noodzakelijk.

Gagern, die vreesde dat een directorium niet in staat zou zijn snel te handelen, wenschte daarom een rijksbestuurder, en als zoodanig den in Duitschland en Oostenrijk bijzonder populairen aartshertog Johan van Oostenrijk, den jongsten broeder van keizer Frans, den vriend van Andreas Hofer. Hij wist door te zetten dat de vergadering zonder goedkeuring der verschillende regeeringen niet alleen het besluit nam om een rijksbestuurder te benoemen en diens bevoegdheden daarbij nader omschreef, maar tevens, dat zij evenzeer zonder die goedkeuring den aartshertog tot die waardigheid verhief (28 en 29 Juni). Gagern zelf en de vergadering, althans de meerderheid, waren overtuigd dat dit het eenige middel was om tot het beoogde doel te geraken; hij zelf noemde zijn voorstel om zonder medewerking der regeeringen te handelen den "koenen greep". Haar souverein recht had de vergadering zeer zeker aldus duidelijk uitgesproken, maar tevens de noodzakelijke samenwerking met de regeeringen, zonder welke zij niets wezenlijks kon tot stand brengen, voor goed onmogelijk gemaakt. Gagern en de vergadering meenden dat het van zelf sprak dat haar besluiten werden uitgevoerd, maar zij vergaten dat zij nie de minste middelen bezaten om die uitvoering door te zetten. Zij richtten thans een regeering op, die niet ten onrechte wel eens als een "Schimmenrijk" is gekenschetst.

i Terwijl dit te Frankfort geschiedde, was ook te Berlijn een nationale constitueerende vergadering bijeengekomen. Haar leden waren volgens het besluit van den in April bijeengekomen tweeden Vereenigden Landdag evenzeer volgens algemeen stemrecht gekozen, maar met twee trappen, door kiezers, welke door een bepaald aantal stemmende burgers waren aangewezen. Toch overwogen de radicalen er veel meer dan in de Duitsche Nationale Vergadering. Er waren vele mannen uit de volksklassen, boeren en werklieden (wat bij sommigen tot den spotnaam "dagloonersparlement" aanleiding gaf), maar weinig mannen van beteekenis. Uie waren meest allen in de Duitsche vergadering. Dit had tengevolge, dat de vergadering weldra tegenover de Berlijnsche democratie haar zelfstandigheid verloor en onder den druk der volksleiders begon te geraken en te handelen, als ware de Conventie haar voorbeeld. De radicalen stonden in voortdurende gemeenschap met de clubleiders. De regeering had aan de vergadering het ontwerp

Sluiten