Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kortzichtigheid werd rnet algemeene betuigingen van ontevredenheid begroet, zoowel te Weenen zelf als in de verschillende Oostenrijksche landen. Maar in de hoofdstad was het politiek leven zoo weinig ontwikkeld , dat men daar veel meer belang in personen-quaesties stelde, dan in dergelijke diep-ingrijpende staatsveranderingen. De radicale pers had het vooral op de geestelijkheid gemunt en maakte het de regeering door allerlei eischen lastig genoeg. Maar de orde bleef in de stad gehandhaafd, totdat de benoeming van generaal Latour tot minister van oorlog bij de studenten en volksleiders de verdenking deed ontstaan, dat het ministerie den weg naar reactie wilde inslaan. Er werd terstond een demonstratie op touw gezet, die den ministerpresident tot afdanken dwong. De overheid had zelfs geen poging gedaan om tusschenbeide te komen, zoomin de stedelijke als de landsregeering. Daardoor overtuigd van hun overmacht, gingen de radicale studenten verder; zij benoemden een commissie uit hun midden, die feitelijk de leiding in de hoofdstad op zich nam. De Weener nationale garde kon niet nalaten dat voorbeeld te volgen; de verschillende cominissiëu werden samengesmolten tot een «politiek centraal-comité", dat zich als revolutionnaire overheid tegenover de wettelijke stelde.

Dat was zelfs den gemoedelijken Pillersdorf te kras. Maar zijn verbod verwekte een algemeenen storm. Als goede leerlingen der Frausche Jacobijnen maakten de studenten en Weener radicalen den 15<le" Mei een forineele journée revolutionnaire, en dwongen de regeering niet alleen tot terugneming van alle repressieve maatregelen, maar zelfs tot de belofte, dat de geoctroieerde grondwet niet in werking zou treden voor zij was goedgekeurd door een door het geheele volk te kiezen nationale vergadering, die zoo spoedig mogelijk zou bijeenkomen.

Die herhaalde oproeren maakten de keizerlijke familie beducht voor haar veiligheid. Zonder iemand te verwittigen, de ministers zoomin als iemand anders, verliet zij twee dageu later plotseling, onder schijn van den gewonen rijtoer naar Schönbrunn te doen, de hoofdstad; de keizer, die hoe langer hoe meer ongeschikt werd om zelf iets te doen, laat staan te besluiten, liet zich gewillig medevoeren. Drie dagen later werd te Innspruck een proclamatie uitgevaardigd, waarbij de keizer verklaarde de hoofdstad te hebben verlaten, omdat hij door een anarchistische factie zich in zijn vrijheid van handelen bedreigd zag, maar dat hij daarom geenszins van plan was eenige

Sluiten