Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

danigheid, tegen billijke schadevergoeding aau de grondeigenaren, aangenomen. Het was een groot werk van blijvende beteekenis, dat in die dagen, toen men bovenal aan politiek dacht, niet genoeg gewaardeerd °werd. Maar toen het afgedaan was, had de Rijksdag zelf ook eigenlijk afgedaan. Hij werd betrokken in de revolutionnaire beweging, welke in die dagen met nieuwe kracht te Weenen begon.

Sedert de samenkomst van den Rijksdag was de rust in de stad ongestoord gebleven, zoodat zelfs het hof aan de herhaalde verzoeken van het ministerie toegaf en de keizer weder in zijn residentie terugkeerde. Maar onder den invloed der gebeurtenissen in Hongarije en in Duitschland werd dit in September anders, terwijl de werkliedenquaestie reeds in Augustus tot groote moeilijkheden aanleiding had gegeven. Want te Weenen had men het Parijsche voorbeeld nagevolgd en een soort van nationale werkplaatsen voor de talrijke werken broodelooze arbeiders ingericht, die er, tengevolge van den ook in Oostenrijk terstond na de Maartrevolutie ingetreden stilstand van alle zaken, in grooten getale aanwezig waren.

Het nationaal crediet had in Oostenrijk nog veel erger geleden dan ergens elders. Bijna op elke revolutionnaire beweging was een fiuaucieele crisis gevolgd. Het papieren geld werd een tijdlang bijna waardeloos, niemand wilde het aannemen; de rijksbank werd soms letterlijk belegerd door de burgers, die hun bankbiljetten in zilver wilden ingewisseld hebben. De adel, die in de stad zooveel te verdienen gaf. had deze verlateu en bleef stil op zijn landgoederen; de kleine burgerij verviel tot armoede; de werkplaatsen werden gesloten. De werklieden hadden niets te doen en hadden in de voor hen ingerichte werkplaatsen, evenals te Parijs, ruimschoots gelegenheid om zich met de politiek bezig te houden. Niet talrijk noch ontwikkeld genoeg, om, zooals daar, zelf een partij te vormen, werden zij toch een macht waarvan de revolutionnairen zich konden bedienen, als zij hun plannen wilden gaan uitvoeren. Zoo werd van zelf een nieuwe revolutionnaire beweging voorbereid. Maar die zou zonder twijfel nimmer zulk een uitbreiding hebben gekregen, wanneer niet intusschen in de andere helft der Oostenrijksche monarchie een toestand was ontstaan, die op den duur niet alleen tot omwenteling, maar tot burgeroorlog leidde. Want nu kwam aan den dag wat de val van het Metteruichsche stelsel voor die monarchie beteekende.

Sluiten