Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Breuk

tusschen Hongarije en Oostenrijk.

De terugkeer van het hof gaf tevens gelegenheid om de buitengewone volmacht van den palatijn buiten werking te stellen. De Hongaarsche ministers moesten opnieuw de goedkeuring hunner handelingen te Weenen vragen, waar de keizer raadplegen kon met de Oostenrijksehe ministers. Het was duidelijk, dat het hof omgeslagen was eu gereed om evenzeer tegen de Hongaren partij te kiezen als vroeger tegen de Slaven, hi Augustus werd dit iederen dag duidelijker. De pogingen van Batthyany om een vergelijk tot stand te brengen, mislukten volkomen. De keizer gaf aan den palatijn te kennen dat de bemiddeling tusschen Hongarije en Kroatië eerst geschieden kon, als de Hongaren hun krijgstoerustingen staakten en de Slavische landen tijdelijk onder Oostenrijksch gezag stelden. Een breedvoerige memorie van liet Oosteurijksche ministerie deed zelfs een aanval op het recht der Hongaarsche autonomie. Eindelijk, den 4d,'n September, werd de beslissende stap gedaan. Jellachich werd in alle ambten en waardigheden hersteld. Voorloopig werd dit nog geheim gehouden.

Op de Hongaren was de veranderde houding des konings niet zonder invloed gebleven; de radicale partij won dagelijks veld. Eindelijk, denzelfden 4d™ September, stelde Kossuth in den Rijksdag voor door een plechtige deputatie den koning de eischen voor te leggen, welker inwilliging de Rijksdag voor het behoud des vaderlands noodig achtte. Diensvolgens kwamen den 6,lrn 100 leden van den Rijksdag te Weenen, die den 9den in plechtigen optocht naar Schönbrunn trokken eu den koning de wenschen der natie voorlegden. Bovenaan stond de terugzending van alle Hongaarsche regimenten; 2°. een aan alle in Hongarije aanwezige troepen gerichte herinnering, dat het hun plicht was de rebellen te bestrijden; 3°. de ontruiming van Fiume en Slavouië door de Kroaten; 4°. de verwijdering der camarilla en 5°. de onmiddellijke overbrenging der residentie naar Buda-Pesth. Het slot, hoewel op verzoek van het hof eenigszins gematigd, was toch een bedreiging; er werd in gezegd dat de regeering, ingeval eener weigering des konings, voor het bewaren der rust niet in kon staan.

Het antwoord was koel en ontwijkend, alhoewel geen rechtstreeksche weigering, en vergezeld van de betuiging, dat de koning de rechten van Hongarije volgens zijn eed zou eerbiedigen. Maar toen onmiddellijk daarop het tot nog toe geheim gehouden eerherstel van Jellachich bekend werd, bleek overtuigend, dat het hof geen verzoening wilde. Batthyany bood zijn ontslag aan; de deputatie keerde onmiddellijk

Sluiten