is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De crisis ii Hongarije.

en dreven haar voor goed naar de zijde van het hof. De bekwaamste onder haar leden, de minister van justitie Alexander Bach, in den beginne een ijverig liberaal en een leider der Maart-revolutie, sloot zich van nu af aan geheel aan bij de partij die den Oostenrijksclien eenheidsstaat wilde oprichten.

Maar vooreerst stond het nog geenszins geschapen, alsof die partij haar doel spoedig zou bereiken. Het ministerie zelf was te zwak, het telde, veel te weinig bekwame mannen. Tn den Rijksdag had de radicale linkerzijde het overwicht.

Kossuth had de zending eener deputatie van den Hongaarschen Rijksdag naar den Oostenrijksclien bewerkt, om van dezen een rechtstreeksche inmenging in den strijd tusschen Hongarije en liet hof, een bond tusschen Hongaarsche en Oostenrijksche radicalen te verkrijgen. Hij hoopte op die wijze de kracht der reactie te verlammen.

De vraag over de toelating dezer deputatie verwekte een heftigen strijd, waarin ten slotte de Tschechen en andere Slaven, die nu de regeering steunden, de zege behaalden. De deputatie werd niet toegelaten en wendde zich daarop tot de VVeener democratie, die geen «ogenblik weifelde partij voor haar te kiezen. Overal in Duitschland, te Frankfort, te Berlijn, dreigde de reactie; in haar angst greep de Weener democratie elke hand aan, welke haar werd toegestoken. En van haar zijde dreef de Oostenrijksche regeeriug de Hongaren in de armen der democratie. Hongarije was op het oogenblik de eenige macht, welke aan de reactie weerstand kon bieden.

i Batthyany had zich laten bewegen opnieuw minister te worden. Hoewel hij de hopeloosheid eener poging om loyaal te blijven wel inzag, volgde hij niet het voorbeeld van andere gematigden, die zich van nu af terug trokken, zooals Eötvös en Déak (den trotschen Szechényi dreef zelfs de wanhoop tot waanzin), maar zocht een liberaal-conservatief kabinet te vormen. Maar de Oostenrijksche regeering onthield hem zijn toestemming, zonder die evenwel formeel te weigeren. Het laatste, wat met een open breuk met Hongarije gelijk stond, verschoof zij evenzeer als de openlijke erkenning, dat Jellaehich op haar last de Drau was overgetrokken. Zij hoopte dat deze binnen een kort tijdsverloop den tegenstand der Hongaren zou gebroken hebben, want zij rekende er op dat de Hongaarsche troepen niet zouden vechten tegen de Oostenrijksche, die de kern van Jellaehich's leger vormden. Zij had het uitdrukkelijk verboden en zij rekende dat de gehoor-