Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaamheid aan den keizer en de kameraadschappelijke geest, wier kracht in Radetzky's leger zoo schitterend was gebleken, ook hier de zege zou behalen.

Maar op dat punt vergiste zij zich. Het Magyaarsch-nationaal gevoel was daartoe bij de soldaten en ook bij vele officieren te sterk; het was iets anders in een vreemd land tegen vreemden te strijden naast Duitschers en Slaven, dan hier het eigen land aan Duitschers en Slaven over te leveren.

Nergens liepen de geregelde Hongaarsche troepen tot Jellachich over. integendeel, deze vond wel vooreerst geen tegenstand, maar evenmin bijstand, toen hij het westelijk Hongarije binnentrok in de richting van het Plattenmeer en Stuhlweisseuburg. Daarentegen onderwierpen zich alle Hongaarsche vestingen, op Temeswar en Arad na, aan de Hongaarsche regeering, zelfs Komom, dat als de sleutel van het land kon gelden.

Niemand was op dit oogenblik in dubbelzinniger positie dan de palatijn, aartshertog Stephan, die tot nog toe steeds had getracht den vrede tusschen den keizer en Hongarije te bewaren. Nog altoos was Jellachich's onderneming niet openlijk erkend; hij kon zich dus niet onttrekken aan het verzoek van den Rijksdag, om zich tot bescherming van het land tegen een gewapenden inval van rebellen aan het hoofd des legers te stellen. De Rijksdag machtigde hem echter tegelijk met Jellachich zoo mogelijk vrede te sluiten. Maar deze. die wist dat dit geenszins in de bedoeling der regeering, en nog minder in die der Kroaten lag, met wie hij evenzeer had te rekenen, vermeed elke onderhandeling evenzeer als een persoonlijke ontmoeting, welke de palatijn hem voorsloeg. Toen ontzonk dezen de moed; hij wilde zoomin den keizer als den Hongaren ontrouw worden, en hij redde zich door een heimelijke vlucht. Den 24'ten September kwam hij te Weenen, legde onmiddellijk zijn ambt neder en begaf zich naar Duitschlaud. Hij had eerlijk getracht zijn ambt te vervullen en het daarom niemand naar den zin gemaakt. Natuurlijk heette hij bij de Hongaren een verrader en bij de Oostenrijkers niet veel beter.

De afdanking vau den palatijn dwong de Oostenrijksche regeering kleur te bekennen. Terwijl de hoogste ambtenaar, de judex curiae, zijn plaatsvervanger en baron Vay als minister-president werden aangewezen , droeg zij den generaal Lamberg het opperbevel over alle troepen in Hongarije op, zoowel Hongaarsche als Kroatische.

Sluiten