Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Weener Ootoberopstand.

zuiveren eenheidsstaat in de toekomst, en tot zoolang de heerschappij van de sabel en wel in de handen van den doodsvijand der natie.

Zeker, de regeering kon niet openlijker spreken. Van nu af wist Hongarije wat het te wachten had. 't Kwam er maar op aan, dezen woorden door daden kracht bij te zetten.

Zoo iemand, dan was zeker de minister van oorlog, ijatour, daartoe bereid. Onmiddellijk beval hij alle troepen, ook het garnizoen van Weenen, naar Hongarije op te rukken. Die maatregel verwekte algemeene opschudding. De Weener democraten zagen in den strijd met Hongarije . den democratischen staat bij uitnemendheid, een strijd tegen de democratie, een aanslag op de volksvrijheid, het begin der reactie. Een gedeelte der soldaten, door het verblijf in de stad erg gedemoraliseerd, was volstrekt ongezind om deu gemakkelijken dienst daar met dien te velde te verwisselen en zich te laten gebruiken tot onderdrukking der vrijheid. Reeds bij den afmarsch der eerste daartoe aangewezen korpsen ontstonden groote wanordelijkheden; den volgenden dag echter, 6 October, begon een volslagen oproer, zoowel van de uittrekkende soldaten als van de volksmenigte, waarmede de nationale garde en het studentenlegioen gemeene zaak maakten. De tot handhaving der orde opgeroepen troepen boden weinig hulp; er volgde een verward gevecht, waarbij zelfs de den afmarsch regelenden generaal gedood werd en dat met den zegevierenden terugkeer der muitende soldaten en hunner "bevrijders" eindigde.

Andere volkshoopen hadden intusschen het ministerie van oorlog bedreigd, dat zwak bezet was. De hoofdmacht van het garnizoen stond vrij ver af aangetreden op het glacis (waar tegenwoordig de bekende Ringstraten aangelegd zijn), en verhinderde niet dat weldra de geheele stad in oproer kwam, de conservatief-gezinde nationale gardes overweldigd werden en een ontzaglijke, razende menigte de straten vulde, welke den steeds impopulairen en in den laatsten tijd door de democraten algemeen gehateu Latour met den dood bedreigde. Alle pogingen van ministers, rijksdag-afgevaardigden en zelfs volksleiders om het volk tot rede te brengen mislukten, evenzeer als die, om de troepen tot redding te doen oprukken. Het hielp zelfs niet dat Latour zijn ambt neerlegde en dit aan het volk werd medegedeeld. Evenzeer te vergeefs was ljatour's poging om het volk door onverschrokken optreden eerbied in te boezemen. Integendeel, toen de poort van het ministerie geopend werd, stormde de menigte met zulk

Sluiten