Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Gioberti, om den paus onder bescherming van Sardinische troepen te doen terugkeeren, op voorwaarde dat hij beslist constitutioneel zou regeeren. in slechte aarde vielen. Te meer, omdat het Romeinsche vraagstuk reeds opgehouden had een ltaliaansche quaestie te wezen en een algemeen Europeesche was geworden. Want de vlucht van den paus had de gemoederen in de katholieke wereld in beweging gebracht. Met name had de Spaansche regeering, welke in die dagen een beslist clericale kleur droeg, de zaak aangevat. Zij wenschte door een congres der katholieke mogendheden maatregelen te doen nemen, om het wereldlijk gezag binnen Rome te herstellen. In de omgeving van den paus wenschte men niets liever dan dat Spanje of' Napels die taak op zich nam; van de inmenging van Oostenrijk was men er bepaald afkeerig, niet alleen uit vrees van geheel onder voogdij te geraken, maar ook omdat het zeker was, dat Frankrijk deze niet dulden zou, tenzij liet ook zelf handelend optrad. Reeds Oavaignac had na den moord van Rossi aanbiedingen gedaan en zelfs toebereidselen gemaakt om gewapenderhand tusschenbeiden te komen, 's pausen vlucht had die echter noodeloos gemaakt; van den nieuwen president en diens clericaalgezinden minister van buiteulandsche zaken, Drouyn de Lhuis, was een veel beslister optreden te verwachten. De eenige mogendheid, die Gioberti ondersteunde, was Engeland, maar in Gaeta had dit betrekkelijk weinig invloed, wel daarentegen bij het Toscaansche hof, dat nog geruimen tijd weerstand bood aan de verzoeking om zich in de armen der reactie te werpen.

Op den duur was het streven van Gioberti zoowel ten opzichte van den paus als van Toscane vruchteloos; het had alleen het gevolg, dat zijn radicale partijgenooten hem, sedert hij minister was geworden, voor verrader scholden, niettegenstaande hij alle krachten inspande om Sardinië sterk te maken voor den naderenden strijd met Oostenrijk. Eu de koning, die hem alleen minister had gemaakt omdat hij niet anders kon, was niet geneigd hem te handhaven, zoodra hij het met zijn eigen partij had verkorven. Gioberti had de kamer ontbonden , maar de nieuwe verkiezingen brachten in Januari een veel sterker radicaal-democratische meerderheid in het parlement; zijn eigen radicale partijgenooten in het ministerie, Ratazzi en zijn vrienden, begonnen hem af te vallen.

De bevolking van den Kerkelijken Staat had intusschen van het verbod van den paus om aan de verkiezingen voor een constituante

Sluiten