Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regeering over Duitschland te aanvaarden geenszins afslaan. En blijkbaar beschouwde hij de opdracht, die hem gedaan werd, als van geen andere strekking.

In overleg met zijn ministers gaf hij dus den 3don April, toen de deputatie door hem in een plechtig gehoor werd ontvangen, aan haar ten antwoord, dat hij in het hem medegedeelde besluit de stem der vertegenwoordigers van het Duitsche volk erkende en toonen zou dat dezen niet te vergeefs vertrouwen in hem hadden gesteld; dat hij aan dat vertrouwen echter niet zou beantwoorden, als hij zonder de vrijwillige toestemming der Duitsche koningen, vorsten en vrije steden in deze zaak een besluit nam, en dat het dus aan dezen stond te overleggen, in hoeverre de rijksconstitutie in het belang van geheel Duitschland en van de afzonderlijke staten was en een krachtige regeering toeliet.

Dit was zeker geen aanneming, doch evenmin een afwijzing. Maar de constitutioueele doctrinairen, die de meerderheid der deputatie uitmaakten, zagen er niet ten onrechte een ontkenning van de absolute souvereiniteit der Nationale Vergadering in. In hun oogen stond zulk een ontkenning met een afwijzing gelijk; zij deelden hun opvatting officieel aan de Pruisische regeering mede en sneden daarmede elke samenwerking tusschen den koning en de vergadering af, die toch voor het tot stand komen van het werk der hervorming van Duitschland even noodig was als de samenwerking tusschen den koning en de regeeringeu.

Intusschen hoopten Frederik Willem en zijn raadslieden vooreerst nog die samenwerking, liefst met beiden maar in elk geval met de regeeringeu, te verkrijgen. Nog denzelfden dag, waarop de koning de deputatie ontving, noodigde hij de overige Duitsche regeeringen uit tot een conferentie te Frankfort, ora over een toetreding tot een Duitschen bondstaat te beraadslagen, en bood tevens aan, zich met de voorloopige waarneming van het rijksgezag te belasten, als dit door de regeeringen werd goed gevonden.

In Duitschland was het tot stand komen der rijksgrondwet met groote i vreugde begroet. Al beantwoordde die niet aan ieders verlangen, nu zij eenmaal was aangenomen door de met dat doel bijeengekomen vergadering, beschouwde men haar algemeen als van kracht. De openbare meening liet zich over 't algemeen zoo krachtig gelden, dat de regeeringen der kleine staten er niet aan konden denken haar niet onmiddellijk

Sluiten