Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

De zomerveldtocht in ^ Hongarije.

1 I

1

c a

I € I 1 h x i d

lijke strijd begon, spaarden de Hongaren geen bloed. Toen beschieting niet hielp en integendeel tot een bombardement van Pesth van uit de vesting leidde, werden stormaanvallen beproefd. Twee werden afgeslagen; eerst de derde, den 20sle" Mei ondernomen, slaagde, zooals de Oostenrijkers beweerden, door het verraad van een Italiaansch bataljon. Generaal Hentzi stierf aan zijn wonden.

Zoodoende waren de Hongaren zoo goed als geheel meester in hun eigen land en hadden zij althans den Donau in bezit. Alleen de vestingen Arad en Teinesvar hadden nog Oosteurijksche garnizoenen en werden belegerd. Maar de vooruitzichten waren daarom niet hoopvoller, en 'tis niet onwaarschijnlijk dat de gematigden, Gürgei en de zijnen, gaarne de oude staatsregeling hersteld en onderhandelingen langeknoopt zouden hebben. De toestand was hier wezenlijk anders ian te Rome en Venetië, waar de strijd gevoerd werd als een protest tegen de heerschappij van den vreemdeling of den priester. Daar streed men eigenlijk voor de eer der natie, voor het beginsel; hier svas het de vraag, of liet geoorloofd was het bestaan, de welvaart der natie op te olferen aan de eigenzinnigheid eener partij, die alles op iet spel zette, zonder uitzicht, ja zonder kans van het spel te winnen. Daarom is 't echter nog niet noodzakelijk hen te veroordeelen, die, jeker niet minder dan uit nationalen trots, uit trouw aan hun beginselen den strijd wilden volhouden.

Eerst in het midden van Juni werd de oorlog hervat. De Russen astten ouder Luders en Grotenhjelm Zevenbergen van twee kanten, lit de Bukowina ten noorden, uit Walachije ten zuiden aan, vereenigd uet het overschot van liet Oostenrijksche leger, dat daar vroeger tegeijk met de Russen door Bem heengedreven was. De nimmer geheel 'nderdrukte opstand der Roemenen had in Zevenbergen weder zulke fmetingen aangenomen, dat Bem, op wien Kossuth bij alle verdedigingsplannen van Hongarije had gerekend, daar niet gemist kon woren; hij kreeg nu zoozeer alle handen vol, dat het al veel was, wanieer hij het land kon verdedigen, maar geen oogenblik eraan denken :on om naar Hongarije te gaan. Nog minder kon de Hongaarsche ooldmacht uit het zuiden versterkt worden, waar Perczels aanval eeds in Mei door de Serviërs was gestuit en de Hongaarsche generaal u tegenover Jellacliicli met zeer weinig voordeel bleef strijden, zoodat e Oostenrijkers weder over den Donau konden trekken.

Aan de noordgrens ging het den Hongaren nog slechter. Nadat

Sluiten