Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorloopig had dit nog geen gevaar. Zelfs het Motuproprio, waarmede de paus den brief beantwoordde en waarin niet de minste werkelijke concessie werd gedaan aan de eischen van zijn beschermer wien hij zijn wantrouwen toonde door vooreerst niet naar Rome teru? te keeren, diende eerder den conservatieven, alweder met Thiers aan et hoofd, om alle handelingen der regeering ten opzichte der Romeinsche expeditie goed te keuren dan dat het aan het licht bracht ioe onhoudbaar de door Napoleon voorgestane verbinding was van liberale beginselen en pauselijke heerschappij. De president, hoe ontstemd ook m den beginne, begreep dat er niets aan te doen was; den paus dwingen kon hij niet, en hij liet de zaak rusten Hij had daarenboven andere zorgen. De reactionnaire of liever anti-revolutionnaire meerderheid in de vergadering was zóó sterk en met het ministerie zoo een van zm ,n de handhaving van het gezag, dat er voor persoonlijk ingrijpen van den president in den gang van zaken geen Gelegenheid bestond en deze zich tot de ietwat passieve rol van een constitutioneel vorst beperkt zag. Natuurlijk had Napoleon daar geen vrede mede. Yoor zijn plan, om door middel van het presidentschap den keizerstroon te bereiken, leende zicii de parlementaire regeeringsvorm al heel slecht. In hoever ook nog andere beweegredenen bij hem bestonden behoeft hier niet onderzocht te worden. Reeds deze eene verklaart voldoende het even opzienbarende als schijnbaar onbegrijpelijke feit, dat eeu staatshoofd een ministerie, dat een van zin met hem zeiven en zeker van de parlementaire meerderheid was. plotseling ontsloeg, zonder dat er een enkel conflict had plaats gegrepen.

Den 31"" October gaf de president aan Odilon Barrat kennis, dat hij, bij alle waardeering hunner diensten, een ander soort van ministers noodig had en daarom hein en zijii ambtgenooten inoest verzoeken hun portefeuille te zijner beschikking te stellen. Aan de vergadering en het publiek verklaarde hij, dat, daar hij zelf boven de partijen moest staan, ook zijn ministerie geen partij-ministerie mocht wezen, zooals met het tegenwoordige het geval was. De keus der nieuwe ministers wees echter vrij duidelijk aan, waarin zijn beweegree enen te zoeken waren, 't Waren meest allen nog onbeteekenende oi onbekende namen, die het verbaasde Frankrijk vernam in de plaats van die der welbekende kampvechters uit het politieke strijdperk, die liet tot nog toe aan het hoofd der zaken had gezien. Verbazing en wantrouwen waren dan ook algemeen, velen zagen in deze in srewone

Sluiten