Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ook in het buitenland tal van geheime, genootschappen bestonden, van welke vermoed werd, dat zij tegen het volgend jaar een algemeene revolutionnaire uitbarsting voorbereidden, die natuurlijk in Frankrijk beginnen zou.

Geheel denkbeeldig was dit gevaar niet; de geheime genootschappen hadden althans in F rank rijk plannen van dien aard in den ziu, voor het geval dat de verkiezingen voor de Nationale Vergadering voor de republiek ongunstig afliepen. Maar zij waren 't allerminst onder elkander eens en konden tegenover een vastberaden regeering niet veel uitrichten. Het publiek echter was bang, en de regeering, de president zelf in de eerste plaats, deed al het mogelijke om die vrees wakker te houden, door voortdurend op dit gevaar te wijzen. Daarentegen waren republikeinen en Bonapartisten niet geheel gerust, dat de leiders der parlementaire meerderheid niet iets zouden ondernemen, om zelf het uitvoerend gezag in handen te krijgen. De republikeinen verhinderden daarom, in vereeniging met de Bonapartisten, elke poging der meerderheid om te zorgen dat de Vergadering het gezag over het leger in handen hield.

Zoo kwam het, dat, hoewel eigenlijk een staatsgreep van de zijde van den president voor niemand onverwacht kwam, toch iedereen volkomen verrast kon worden, toen hij plaats had.

Getrouw aan de Napoleontische traditie, werd daartoe door Napoleon een dag van roemrijke herinnering uit het keizerrijk, de tweede December, de verjaardag der kroning van Napoleon 1 en van den slag bij Austerlitz, gekozen.

In den nacht van 1 op 2 December riep de prefect van politie Maupas de politie-commissarissen van Parijs bijeen, en belastte hen met de arrestatie van de mannen, van wie vermoed werd, dat zij zich aan het hoofd van den tegenstand zouden kunnen stellen. De generaals Ghangarnier, Cavaignac, Bedeau en Lamoricière werden tegelijk met Thiers en enkele republikeinen, zoowel gematigden als montagnards, in hun woningen overvallen, van het bed gelicht en naar de gevangenis Mazas gebracht. De kolonel Espinasse wist met zijn regiment, waarvan een bataljon de wacht had, het Palais Bourbon binnen te dringen, en liet de beide quaestoren der Nationale Vergadering, die daar het toezicht hadden, Baze en generaal Leflö, hetzelfde lot ondergaan. Geen enkele der ter arrestatie aangewezenen ontsnapte.

Tegelijkertijd werden maatregelen genomen om het opkomen der

Sluiten