Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regelen, waardoor hij de ambtenaren tot geheel afhankelijke werktuigen der regeering zocht te maken en zelfs de zelfstandigheid der rechterlijke macht aanzienlijk beperkte. Maar geenszins voor zijn Duitsche plannen, waarvan de meeste "stok-pruisisclie" conservatieven en reactionnairen hoegenaamd niets weten wilden.

Met Radowitz, die geen geboren Pruis en katholiek was en wiens denkbeelden soms nog minder consequent schenen dan die van zijn koninklijken vriend, konden zij het in het geheel niet vinden, te minder daar diens persoonlijke invloed tegen dien der hofpartij niet zelden opwoog en hij de eenige was die den koning weerhield nog verder op den terugweg naar het oude absolutisme voort te gaan. Zelfs de ministers, zelfs Brandenburg en Manteuffel, ijverige conservatieven als zij waren, waagden het niet den koning te volgen op een weg, die hein op den duur geheel van zijn volk moest vervreemden. Zelfs den meer gematigden onder de meerderheid waren de eischen des konings en der hofpartij te hoog, en de ministers zagen geen kans die alle in de vertegenwoordiging door te zetten. Een ministercrisis stond dan ook meermalen voor de deur, totdat eindelijk de koning, grootendeels tengevolge van Radowitz' bemoeiingen, er toe werd gebracht den 6den Februari 1850 de door hem zeiven geoctrooieerde, en nu door de Kamers goedgekeurde grondwet te bezweren, zij het ook op een wijs, die algemeene verbazing en wantrouwen verwekte en deed vreezen, dat de koning het voornemen had, in later tijd de plannen der hofpartij toch door te zetten.

Voor het oogenblik echter was er vrede in Pruisen.

Zoo ooit, dan was die er nu noodig, want niettegenstaande de 3 koning telkens nieuwe concessiën aan Oostenrijk deed, werd het hoe langer hoe duidelijker, dat Schwarzenberg met niets minder dan niet de volkomen onderwerping van Pruisen aan de Oosten rij ksche staatkunde tevreden zou wezen. Hoe meer het bleek, dat de in 1849 behaalde overwinning beslissend en vooreerst geen terugslag te vreezen was, des te krachtiger trad de Oostenrijksche minister op.

Volgens zijn weloverlegd plan moest in de eerste plaats de oude Bondsdag weder in werking treden. Naar de Oostenrijksche opvatting had dat in het leven terugroepen van een in aller oogen dood en begraven staatslichaam niet het minst bezwaar. De Bondsdag had, zooals wij weten, den lSJde" Juli 1848, bij monde van Schmerling, zijn bevoegdheid aan den rijksbestuurder overgedragen en daarmede wel

3egin van den strijd om de hegemonie in Duitschland.

Sluiten