Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pruisens ver nedering te W arschau en Olmütz

Natuurlijk beweerde uu Schwarzenberg, dat dit belang hoegenaamd uiets met de zaak te maken had en volstrekt niet bedreigd word, dat Pruisen dus blijkbaar naar een voorwendsel zocht om zijn macht uit te breiden ten koste der kleinere staten. Een voorslag van Radowitz, dat Oostenrijk en Pruisen de Hessische en Sleeswijk-Holsteiusolie quaestiën te zamen zouden uitmaken en daarna die over de inrichting van Duitse lila nd op een bijeenkomst van alle Duitsche regeeringen, versterkte de middelstateu in die meening en gaf Beieren aanleiding tot opstelling van troepen aan zijn grenzen bij Aschaffenburg. Pruisen deed nu hetzelfde bij Erfiirt en Wetzlar, waardoor de weg naar het Keur-Hessisch grondgebied den Zuid-Duitschers was afgesneden. Een botsing kon elk oogenblik worden tegemoet gezien.

De Zuid-üuitsche regeeringen wendden zich natuurlijk tot Oostenrijk dat, verzekerd van de toestemming van den keizer van Rusland, die natuurlijk in het verzet der Hessen een daad van rebellie zag, terstond alle hulp beloofde en te Bregenz een of- en defensief verbond met Beieren en Wurteinberg sloot. Evenwel was men in Pruisen niet overbezorgd; alleen als Rusland zich aansloot, geloofde Radowitz, was oorlog te vreezen. Om nu keizer Nicolaas te overtuigen dat Pruisen niet door deinocratisch-revolutionnaire neigingen, maar alleen door eigen welbegrepen Pruisische en Duitsche belangen gedreven werd, reisde Brandenburg zelf in October naar Warschau. Hij had in last den keizer voor te stellen, dat Pruisen de vergadering te Frankfort niet als den wettigen Bondsdag kon erkennen, dat het de beslissing over de inrichting van Duitschland door "vrije" conferenties der Duitsche staten begeerde, met inededeeling der daarbij door Pruisen gewenschte voorwaarden, en eindelijk dat de Hessische en Holsteinsche cjuaestiën (van Sleeswijk was hierbij geen sprake) door Oostenrijk en Pruisen samen zouden worden uitgemaakt. Op dit laatste punt, voornamelijk omtrent Holstein, dacht Nicolaas, wien niets liever was dan terugkeer tot den ouden toestand van den Bondsdag (zooals hij ook overigens alle sporen der revolutie uitgewischt wenschte te zien), geheel anders. Als Pruisen niet zelf Holstein dwong zich te onderwerpen, dan moest het dat door Oostenrijk en den Hondsdag laten doen; nam de laatste dat op zich, dan wilde hij terstond den Bondsdag erkennen; verzet daarentegen beschouwde hij als een persoonlijke beleediging. In de Keur-Hessische zaak was hij koeler, en in de Duitsche betrekkelijk

Sluiten