Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ding der landen scheen den toentnaligen regenten van Europa de regeling der troonopvolging. Frederik VIT wist met het hoofd der Gottorper linie, keizer N^colaas, daarover eeu vergelijk te treffen, t welk de successie in alle landen toewees aan den eenigen prins uit het Sleeswijk-1 lolsteinsche huis, die in den revolutietijd zijn trouw aan Deneraarken had bewaard, en die daarenboven gehuwd was niet een Hessische prinses, de dochter eener zuster van Christiaan Vin, nl. prins Christiaan van Sleeswijk-Holstein-Glttcksburg. Maar het vergelijk stiet zoowel als de. voorgenomen regeling der staatsrechtelijke verhoudingen der hertogdommen, bij Oostenrijk en Pruisen op krachtigen tegenstand. Schwarzenberg trad daarbij zelfs op als verdediger der Sleeswij kers tegen de tirannieke, maatregelen der Deenen! Er volgden langdurige onderhandelingen en tweemaal een ministerieverandering in Kopenhagen, waar de democratisch-radicale Eider-üeenen een tijdlang meester waren, maar in Januari het veld moesten ruimen. De beide mogendheden bleven hardnekkig staan op haar standpunt van Tlolstein niet te ontruimen voor de regeling der staatsrechtelijke verhouding tot stand gekomen en door een bindende verklaring der üeensche regeering tegenover den Duitschen Bond en Oostenrijk en Pruisen verzekerd was. Zoo werd Frederik VIT den 28"1™ Januari 1852 gedwongen tot het uitvaardigen van een manifest, waarbij de grondslagen eener regeling werden bekend gemaakt, die aan Holstein en Sleeswijk beide, het eerste meer, het andere minder, een zekere zelfstandigheid toekende. Die regeling werd aan de beide Duitsche mogendheden medegedeeld, als gemaakt overeenkomstig hun eischen, en hun goedkeuring daarvoor gevraagd, met verzoek, haar als resultaat eener overeenkomst der regeeringen bij den Hond aan te bevelen. Toen dit geschiedde werd uitdrukkelijk nogmaals verklaard, dat de koning Sleeswijk nimmer bij het koninkrijk Denemarken zou inlijven.

/oo uas dan eindelijk een vraag beslist; de bondstroepen trokken af en de hertogdommen begonnen weder een, om zoo te zeggen, normaal bestaan. Maar met de opvolgingsquaestie stond het anders. Wel was door een rechtsgeleerd advies uitgemaakt, dat de Augustenburgerlinie haar recht door haar deelneming aan den opstand van 1818, die met felonie gelijkstond, had verbeurd, maar Frederik Willem en Manteuffel wilden zekerheid hebben, dat deze daarin berustte en niet later door herhaling harer aanspraken nieuwe moeielijkheden verwekken kon. Hij wilde haar daarom bewegen tegen geldelijke schade-

Sluiten