Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geduld te worden, niet veel meer dan op enkele plaatsen ook de joden geduld werden, voor wie Palaestina evenzeer het Heilige Land was.

Tusschen Latijnen en Grieken vielen bijna onophoudelijk hevige tumulten voor op de groote kerkelijke feesten. In het jaar 1847 had er een plaats gehad in de kerk te Bethlehein, die gebouwd is op de plek, welke als die van Jezus' geboorte wordt aangewezen, en daarbij hadden de Grieken zich in hooge mate aan de rechten en bezittingen der Latijnen vergrepen. Hoewel de Fransche consul dadelijk voor deze laatsten in de bres sprong, stelde de Turksche regeering, die in dezen de beslissing had, ze in het ongelijk. Dit had in Frankrijk groote ontevredenheid onder de ijverige katholieken verwekt, maar in de eerste tijden der republiek was er voor hen geen denken aan geweest, de regeeriug voor dergelijke dingen te interesseeren. In 1850 echter achtte de president het een geschikt oogenblik om deze kenlijk onrechtvaardige behandeling van Frankrijks beschermelingen tot het uitgangspunt eener politieke actie te maken. De Fransche gezant te Constantinopel diende er een klacht over in bij de Porte en voegde daar een geheele lijst van grieven aan toe, waarvan, op grond van het traktaat van 1740, herstel werd geëischt.

Dit optreden van Frankrijk verwekte zekere onrust in de diplomatieke kringen van Europa. Niet alleen dat het vrees voor een hernieuwing der geschillen van 1839 deed ontstaan, ook de achterdocht tegen de Fransche republiek en haar president werd er door aangewakkerd. De keizer van Rusland, die in beiden natuurlijke vijanden zag, bood dadelijk aan de Porte zijn steun aan, en ook van Engeland kon deze met zekerheid bijstand verwachten. De Turksche staatslieden lieten zich dan ook niet intimideeren en antwoordden op een wijze die dat bewees. De wijs waarop de Fransche gezant dit opnam, maakte de zaak nog erger. Als de Fransche regeering gedacht had haar invloed in Turkije op deze wijze uit te breiden, was het doel geheel gemist. Maar haar optreden had een gevolg, dat niemand had kunnen voorzien.

Terwijl zij, inziende dat zij door haar overdreven kras optreden gevaar liep haar prestige geheel te verspelen, haar gezant verving door een ander die inschikkelijker was, en daarop zoo wist te manoeuvreeren, dat er weldra een schikking tot stand scheen te zullen komen (het was intusschen het najaar van 1851 geworden), eischte Rusland op eens, op den gewonen hoogen toon, de volstrekte handhaving van

Sluiten