is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moesten Moldavië en Walachije en ook Servië en Boelgarijë, als deze onafhankelijk werden, op gelijke wijs onder Russisch protectoraat komen, want anders zouden het broeinesten van revolutie kunnen worden. Als Engeland het in dat geval noodig zou vinden Egypte en Kreta te bezetten, had hij er niets tegen. Alleen van Frankrijk verwachtte hij tegenstand, maar met Engeland vereenigd behoefde Rusland daar niet voor te vreezee. Hij gaf te verstaan, dat men het buiten de zaak moest houden. Toen de gezant opmerkte dat Oostenrijk in geen regeling genoegen kon nemen waarover het niet was geraadpleegd, riep hij uit: «Voor Oostenrijk sta ik in, als ik van Rusland spreek, doe ik dat ook van Oostenrijk." Een enkele blik op de kaart bewijst genoegzaam, hoe volstrekt onhoudbaar dit beweren moest zijn, maar Nicolaas schijnt het op dat oogenblik werkelijk geloofd te hebben.

Voorloopig bleef deze rnededeeling natuurlijk geheim. Alleen was de Engelsche regeering gewaarschuwd dat de Russische keizer groote plannen had, en vernam zij daarom met een zeker wantrouwen, hoe iets later een van diens vertrouwdste staatslieden, de admiraal en minister van marine vorst Mentschikoff, met groot gevolg te Constantinopel verscheen, om aan den sultan den wil van zijn heer en meester kenbaar te maken.

Mentschikoff kweet zich van zijn last, om de Turksche regeering vrees in te boezemen, op uiterst eigenaardige wijs. Zijn optreden was zoo beleedigend, dat alleen de overtuiging, dat men niets tegenover den almachtigen vijand vermocht, de Turken er in kan hebben doen berusten. Doch die toegevendheid en de zichtbare angst, waarin zij haar oorsprong had, deden hem al te ver gaan. Hoewel de Turksche ministers Rusland meer vreesden dan alle christelijke landen met elkander, waren zij toch niet gezind zich, evenals in 1826 geschied was, zonder oorlog een traktaat op te laten leggen, erger dan zelfs het nadeeligste vredesverdrag. Te minder, omdat daardoor waarschijnlijk de oorlog evenmin zou kunnen worden afgewend als toen. Vandaar dat zij, in de engte gedreven, zich wendden tot den Engelschen gezant, hun ouden vriend Stratford Canning, die, juist van pas, thans als lord Redcliffe voor de tweede maal op dezen gewichtigeu post was gesteld. Daar hij wist hoe afkeerig de toenmalige Engelsche regeering van botsingen was (Palmerston had toen niet de leiding der buitenlandsche zaken), ried deze hun alle mogelijke tegemoetkoming jegens Rusland aan, maar durfde hun tocli in den uitersten nood den steun