Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Engeland toezeggen, evenals in 1849, bij de vraag der uitlevering van Kossuth en de zijnen, was gebeurd. Frankrijk was nog verder gegaan. Het had zijn Middellandsche zeevloot naar den Archipel doen stevenen. De Turksche ministers regelden hiernaar hun gedrag.

Toen Mentschikoff met een gansche lijst van eischen voor den dag kwam, werden die alle, ook die omtrent de Heilige plaatsen, toestemmend beantwoord, op een enkele na, de laatste en eigenlijk de gewichtigste. Zij betrof nl. niets minder dan het sluiten van een overeenkomst, waarbij de Porte zich verbinden zou de leden van de Russisch-Grieksche Kerk binnen het gebied van den sultan voor altijd volkomen gelijk te zullen stellen met die van alle andere christelijke gezindten. Bij den exceptioneelen rechtstoestand der meeste Latijnsche Kerken kon een dergelijke bepaling altoos worden uitgelegd als gevende aan Eusland een recht van protectoraat over al de orthodox-Grieksche christenen in het Turksche rijk. Een dergelijke eisch kon niet nalaten in Europa wantrouwen en opzien te wekken, terwijl de quaestie omtrent de Heilige plaatsen alleen bij een deel der Fransche katholieken sympathie verwekte. Vandaar dat het er voor Turkije op aankwam dezen te scheiden van de andere, en door het aanvaarden van deze, de onrechtmatigheid van gene te doen uitkomen.

Met name moest dat indruk maken in Engeland, waar de publieke opinie zich met de zaak begon te bemoeien en de regeering, die toch al, tengevolge der uitlatingen des keizers jegens Seymour, ongerust was wegens de zending van Mentschikoff, niet anders kon gelooven, dan dat Rusland thans stappen deed om het einde van den zieken man te verhaasten.

Deze, waarschijnlijk door Stratford Redcliffe ingegeven berekening kwam volkomen uit. Mentschikoff nam van de gedeeltelijke aanvaarding zijner voorstellen zoo goed als geen notitie, maar herhaalde ze alle nog eenmaal in den vorm van een ultimatum. Het bleek nu duidelijk waar het om te doen was. Natuurlijk dat de Porte haar standpunt bleef handhaven, zoodat ten slotte aan Mentschikoff niets overbleef dan na een verblijf van bijna drie maanden Oonstantinopel weder te verlaten. Onmiddellijk daarna werd het ultimatum herhaald met bedreiging, dat bij niet volledige aanvaarding de keizer zich verplicht zou zien een stuk Turksch grondgebied te bezetten als onderpand der vervulling van zijn verlangen. Toen ook dit geen ge-

Sluiten