Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

Zegepralen

van het liberalisme

lutionnaire heethoofden, waardige evenknieën van de Jong-Duitschers, lieten de Jonge Ieren zich door niets weerhouden. Door stelselmatig opruien in de pers hoopten zij de regeering tot geweld te verleiden en dan, onder dat voorwendsel, het volk te wapen te roepen om den onderdrukker te verjagen en voorts in de lersche republiek de leus, vrijheid, gelijkheid en broederschap, voor alle Ieren te verwezenlijken.

In de jaren van hongersnood en ellende hadden de niet zelden met talent geschreven brandartikelen der Jong-Iersche pers de lankmoedigheid der overheid op sterke proef gesteld. Thans, in het voorjaar van 1848, toen overal de revolutie uitbrak, meende de regeering dat niet langer te kunnen toelaten. Het ministerie vroeg en verkreeg zonder moeite van het Parlement een wet op de pers en liet die toepassen , toen Mitchell, de ernstigste en daarom gevaarlijkste onder de leiders, in zijn dagblad opnieuw alle perken was te buiten gegaan. Hij werd tot deportatie veroordeeld. Suiith O'Brien hoopte nu hem door het volk te doen bevrijden en riep liet daarom te wapen. Daartegen schorste de regeering de Habeas corpus-acte in een aantal lersche graafschappen van het zuiden, eu belette daardoor de uitbreiding van den opstand. Want Smith O'Brien had er werkelijk eenige duizenden half gewapende mannen bijeen gebracht, die echter bij het eerste gevecht met de gewapende politie uiteen stoven. En daarmede was alles uit. De leiders alleen werden vervolgd en wegens hoogverraad veroordeeld , maar geen doodvonnis werd uitgevoerd. Van dien tijd af bleef het voor lange jaren rustig in Ierland. Eerst veel later herleefde de Jong-Iersche beweging in die der Fenians, welke, evenals zij, de kwalen van Ierland met revolutie en schrikbewind dachten te genezen.

De chartistische en Jong-Iersche tumulten waren en bleven de eenige teekenen, dat Eugelands isolement in 1848 niet geheel volledig was. Dat het bij deze bleef, dat er niets meer gebeurde, was wel een bewijs, dat de revolutie geen vat had op het Engelsche volk, dat dit niet met denzelfden maatstaf kon worden gemeten als de volken van het continent. Geen wonder dat volk en regeering er trotsch op waren. Niet het minst kwam dat verschil uit in 1849, toen de radicalen met een voorstel tot nieuwe parlemeutshervorming te voorschijn kwamen, en dit, na lange maar rustige bespreking met overgroote meerderheid verworpen werd, omdat de tijd er nog niet voor scheen gekomen.

Het volk bleef hier uitermate koel bij en scheen meer belang te

Sluiten