Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnen (20 December 1852), maar zag zich nog in den loop van denzelfden dag gedwongen terug te trekken, uiet een voor een oorlog tegen Kaffers aanzienlijk verlies in manschappen. Hij was blijde dat Mosheh onmiddellijk om vrede smeekte en stond hem dien toe, zonder de bezwarende voorwaarden die hij eerst geëischt had, en trok toeu over de Oranjerivier terug.

De openbare meening in Engeland was iu die dagen volstrekt niet voor uitbreiding van koloniaal bezit, en het nieuwe kabinet handelde daarmede in overeenstemming door onmiddellijk na het bericht van Cathcart's mislukte onderneming bevel te geven, het gebied benoorden de Oranjerivier te ontruimen. De Boeren echter, die in het land gebleven waren en nu onbeschermd bloot stonden aan de aanvallen der Basoeto's, verzetten zich zooveel mogelijk tegen de uitvoering van dit bevel. Er waren lange onderhandelingen noodig, eer het zoover kwam, dat tusschen een vergadering van afgevaardigden der Boerenbevolking en den Engelschen commissaris Clerk. te Bloemfontein, op 3 Februari 1854, een overeenkomst werd gesloten, waarbij de souvereiniteit over het gebied tusschen Transvaal en Oranjerivier werd overgedragen aan de inwoners. Het ontving nu den naam van Oranje-Vrijstaat.

De twee republieken waren uiterst eenvoudige organisaties, voorloopig bestuurd door een volksraad, gekozen door de mannelijke burgers, in den Oranje-Vrijstaat met een president als uitvoerende macht aan het hoofd, in de Zuid-Afrikaansche republiek voorloopig nog onder leiding der kommandanten-generaal der vier districten, waarin het land verdeeld was. Zij telden beide slechts weinige duizenden inwoners, die verspreid woonden op hun ver uiteen gelegen hoeven. De Oranje-^ rijstaat, die veel kleiner gebied bezat dan zijn buurman, welks noordgrens in die dagen geheel onafgebakend en in alle geval eerst bij den Limpopo te trekken was, had dadelijk met groote bezwaren te kampen, tengevolge der verhouding tot Mosheh. Maar dit dwong1 de burgers tot eendracht en samenwerking, terwijl daarentegen onder de Transvalers de persoonlijke geschillen der verschillende leiders, tot groot nadeel der publieke zaak, om zoo te zeggen inheemsch bleven. ^an Engeland hadden zij echter vooreerst niets te vreezen; integendeel, daar verloor men ze haast geheel uit het oog; de regeering had al genoeg te stellen met de Kaap-kolonie en Natal. Zoo bleven de twee Boeren-republieken aan zich zelf overgelaten. Het was maar de vraag of zij de stof bezaten voor een maatschappelijke en politieke organisatie.

Sluiten