Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelschen in bezit genomen en daardoor elke poging van Afghaansche zijde, om den Peudschab binueu te dringen, onmogelijk gemaakt.

Natuurlijk was er nu geen sprake van den Sikhs een nationaal bestuur te laten. Het gekeele rijk werd tot Engelsch gebied gemaakt, Dolab Singli van de regeering vervallen verklaard en met een rijk pensioen, dat hij echter buiten zijn land moest verteereu, schadeloos gesteld. Later vond men het veiliger hem in Engeland te laten wonen. De hoofden, die zich niet te zeer gecompromitteerd hadden, werden in hun gebied gelaten, ook Golab Singh. De overige sirdars werden meestal op verschillende plaatsen in Hiudostan geïnterneerd, waar zij door de regeering onderhouden werden, daar hun bezittingen waren verbeurd verklaard. De soldaten van het ontbonden leger keerden naar hun woonplaatsen terug. Yele namen bij de Engelschen dienst en vormden de kern der weldra zoo bekende Sikh-regimenten. In alle vestingen werden sterke garnizoenen gelegd, en overal rechtstreeksch Engelsch bestuur, onder het onmiddellijk gezag van den gouverneur-generaal, ingevoerd. Niemand in Engeland was eigenlijk met deze enorme gebiedsuitbreiding ingenomen, welke alleen geschiedde omdat zij onvermijdelijk was. Maar haast nimmer heeft een annexatie sneller rijpe vruchten gedragen. Het was alsof de door godsdienst en rasverschil verdeelde bevolking van den Pendschab, Mohammedanen, Brahmanen en Sikhs, de opgelegde verdraagzaamheid en de afschaffing van tal van althans den beiden laatsten tot nog toe dierbare, maar met Europeesche beschavings-begrippen niet vereenigbare gebruiken, als een zegen opnam; nergens althans hebben deze in lndië minder tegenstand gevonden. En evenzoo was het met de meeste andere hervormingen , met name met het zeer strenge politietoezicht en de vervolging van alle rooverij, die er maar al te zeer inheemsch was geworden onder de verwarde toestanden na den dood van Randsjet Singh.

Ontslagen van den druk der sedert vele jaren het land wel beheerscheude, maar kwalijk regeerende militaire hoofden, ontwikkelde zich in de meestal zeer vruchtbare landstreek eeu merkwaardige bloei, zoowel op het gebied van landbouw als van handel, waarover niemand zich haast meer verbaasde dan de Engelschen zelf. Bovenal was de volledigheid der onderwerping merkwaardig. Er werd in de weldra aanbrekende kritieke jaren nergens een enkele poging meer gedaan tot eenig verzet; de bevolking bleef overal rustig; de in de nieuwe provinciën geworven regimenten bleken niet alleen in discipline en dapperheid,

Sluiten