Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bonden vorsten behandeld. Zooals ook bij anderen het geval was, gaven zij door hun tiranniek bestuur voortdurend tot moeilijkheden aanleiding, en daardoor in 1837, toen een nieuwe sultan, Nasr Eddin, den troon besteeg, tot het sluiten van een traktaat, waarbij de regeering te Calcutta zich het recht voorbehield, om, ingeval zijn slecht bestuur onlusten mocht verwekken, de regeering in zijn plaats te voeren. Maar er kwam geen verbetering. Audh werd zelfs voor een Indischen staat spreekwoordelijk slecht geregeerd en de bevolking mishandeld en uitgezogen als nergens.

Te vergeefs had Hardinge den zoon van Nasr Eddin, bij diens komst op den troon, in persoon gewaarschuwd: de zoon bleek 110? veel erger dan de vader, van wien anders de ongeloofelijkste dingen, zelfs in officieele stukken, worden medegedeeld.

Dal hou si e was geen man om zoo iets te dulden. Hij had een warm hart voor zijn Indische onderdanen, hij achtte Groot-Brittannië, als opperheer {Lord Paramount) van Indië, verantwoordelijk voor de wijze waarop liet geregeerd werd, ook waar het bestuur niet rechtstreeks in Engelsche handen was. Hij was daarenboven van natuur geneigd de misstanden aan te tasten, welke in Indië zoo dikwijls door de oude gewoonte geheiligd waren. Meer dan een zijner voorgangers had hij zich het lot der Indische vrouwen aangetrokken. Niet alleen in het rechtstreeksch Engelsch gebied, maar ook in vele vasalstaten had hij het verbranden der weduwen en het dooden der jonge vrouwelijke kinderen met kracht bestreden en deze en dergelijke gebruiken zoo niet geheel uitgeroeid, dan toch tot zeldzaamheden gemaakt. Wat nog kensclietsender was, zijn zorg voor het inlandsch onderwijs had zich bovenal ook uitgestrekt over dat voor de meisjes, niettegenstaande den tegenstand, dien hij bij Muzelmannen en Hindoes daarbij ondervond. Zijn streng en beleidvol optreden had verder de rooverijen en moorden der geheime genootschappen, vooral der //worgers", der llags, zoozeer beperkt, dat er bijna niet meer van werd gesproken. Zulk een man kon onmogelijk vrede hebben met dingen, als in Audh aan de orde van den dag waren. Toen alle vertoogen niets hielpen, nam hij, kort aangebonden als hij was en daarenboven weinig ingenomen met het stelsel van vasalstaten, het besluit, Audh onder rechtstreeksch gezag der Compagnie te brengen. Generaal Outram werd 111 het begin van 1856 naar Lacknau gezonden om den sultan een verdrag voor te leggen, waarbij hij op ongeveer dezelfde voorwaarden

Sluiten