Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als Dolab Singh gedaan had, zijn rijk aan de Engelschen overdroeg. Maar sultan Wadsjid weigerde, met een fierheid, een betere zaak eu bovenal een beter man waardig, zijn eigen schande, zooals hij het noemde, te onderteekenen. Toen bleef er niets anders over dan bij proclamatie van 7 Februari 1856 het rijk van Audh tot Britsch grondgebied en den sultan wegens wanbeheer voor ontzet van het gezag te verklaren. Van tegenstand was geen quaestie. De sultan liet zich onder protest naar Calcutta brengen. Zijn vijf millioen onderdanen staken evenmin een hand uit voor zijn recht als zijn 60,000 soldaten; integendeel, iedereen erkende dat de verandering van regeering een ware weldaad was. Maar zoowel in Engeland als in Indië verwekte de wijze , waarop Dalhousie was opgetreden eu de aanzienlijke gebiedsvergrootingen, welke hij, zonder bepaalden last uit Engeland te hebben ontvangen, op zich genomen had, bezorgdheid. Over t geheel begon vrees te ontstaan, dat zoowel de voortdurende annexatiën en confiscatiën, welke vooral de Indische vorsten moesten ontstemmen, als de al te voortvarende wijze van hervorming, de betrekkelijk geringe zorg voor het ontzien der tallooze vooroordeelen der inlanders, kwade gevolgen zouden hebben. Men meende teekenen van ontevredenheid waar te nemen, vooral ook bij de inlandsche soldaten, de Sepoys. Men wist niet hoe dicht men voor een uitbarsting stond.

In de jaren dat deze groote dingen in Indië plaats hadden, vielen andere in Australië voor, die veel meer dan ooit te voren de blikken J van Europa naar de tegenvoeters trok.

Een betrekkelijk langzaam gedeien scheen, evenals in Canada, ook in Australië te wachten, sedert de regeering van het moederland ophield de bevolking aan te vullen met het eigen uitschot en daardoor de natuurlijke ontwikkeling tegenhield. Vooral in het oosten, waar de grond zoo verwonderlijk geschikt voor Europeesche producten en het klimaat zoo zeldzaam gezond was, nam de landverhuizing geregeld toe, zoodat de bevolking weldra talrijk genoeg was om een scheiding van de beide deelen der kolonie, dat aan de oost- en dat aan de zuidkust, welke onderling zoo goed als geen verbinding met elkander hadden, en een vestiging van twee afzonderlijke koloniën te verdragen, In beide was het de wensch der bevolking, die de regeering er toe noopte. Maar nauwelijks was die scheiding voltrokken of in Australië gebeurde hetzelfde, wat weinige jaren te voren de emigratie uit Enge-

De Austraische goudrelden.

Sluiten