Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn gebieder te bevredigen, beval Paskiewitsch, die zelf de leiding op zich had genomen, veel te vroeg de bestorming. Op 28 en 29 Mei vergeefs beproefd, werd deze den 9len Juni nogmaals herhaald, telkeumale ten koste van ontzaglijk veel menschenlevens, maar zonder eenig goed gevolg. Een lichte verwonding bood den ouden opperbevelhebber toen de gelegenheid het leger te verlaten; hij gevoelde zich niet meer tegen een zoo zware taak opgewassen. Gortschakoff nam nu het bevel weder op zich, maar kon niet verhinderen dat Omer Pascha een aanzienlijke versterking in de belegerde vesting wierp. Een week later brak hij daarop het beleg op en trok op den liuker-Donauoever terug. Het beleg had zeven weken geduurd en den Russen meer dan 12,000 man gekost, waaronder een bijzonder groot aantal generaals. Zij hadden evenveel doodsverachting als onbekwaamheid getoond, waartegenover de Turken veel partij van hun verdedigingswerken hadden weten te trekken. Eenige vreemde officieren hadden dezen daarbij veel dienst bewezen. Kenschetsend was het, dat in Engeland het welslagen der verdediging uitsluitend aan een paar Engelsche officieren werd toegeschreven, die in werkelijkheid niet meer dan dc anderen hadden gedaan.

De Russische Donau-veldtocht was zoo volkomen mislukt, dat keizer Nico laas, met het oog op de aankomst der Fransche en Engelsche troepen in het Turksche gebied en op de dreigende houding van Oostenrijk , dat diplomatisch zelfs door Pruisen ondersteund werd, het beter vond elke poging tot herhaling van den aanval op te geven. Hierdoor veranderde de toestand aanmerkelijk. Want nu verviel voor de Russen alle reden om de vorstendommen bezet te houden. Door ze te ontruimen dacht Nicolaas aan Oostenrijk en Pruisen elk voorwendsel tot inmenging in den strijd te ontnemen.

Op den 9dim April hadden de deelnemers aan de Weener-conferentie een nieuw protocol onderteekend, waarin de vier mogendheden gemeenschappelijke grondslagen voor een toekomstige regeling van het hangende vraagstuk vaststelden. In verband hiermede was ook een verklarend artikel aan de Oostenrijksch-Pruisische alliantie van 20 April toegevoegd, hetwelk bepaalde dat Oostenrijk Rusland zou sommeeren de vorstendommen te ontruimen en dat Pruisen dien eisch zou ondersteunen. In het begin van Juni geschiedde dit. De vraag vond ditmaal een veel betere ontvangst, dan men had kunnen verwachten, hoewel natuurlijk geen rechtstreeksche toestemming werd verkregen. De verzoenende toon van Nesselrode gaf niet alleeu aan Frederik Willem

Sluiten