Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prins Ai bert te verdenken van het constitutioneel stelsel te beladen, want zelfs dat was van hem gezegd geworden !

Het ministerie evenwel kon niet, zooals de prins, wachten tot de storm voorbij was getrokken. Het moest in het Parlement zich ver-

j6 ' 611 k°n c'aar'" 11^agen. Met een ontzaglijke meerderheid van stemmen, van eigen aanhangers zoowel als van vijanden, in Januari 1855 verslagen, moesten Aberdeen en zijn collega's aftreden. Na lang tobben trad lord Palmerston aan het hoofd der nieuwe regeering. Dat beteekende dat Engeland den oorlog voortzetten zou, totdat het zijn doel had bereikt.

Europa was het daarmede toen nog niet geheel eens. In Juli had de W eener-conferentie opnieuw vier punten als grondslagen van eiken vredehandel vastgesteld. Die punten waren de volgende: 1°. waarborg der zelfstandigheid der Donau-vorstendommen door de Europeesche machten in plaats van door Rusland; 2». verzekering der vrije vaart in de Donau-monden; 3°. herziening der verdragen van 184] en 4° emancipatie der rajahs onder waarborg van het gezag van den sultan.

Keizer Nicolaas was eerst allerminst tot aanneming dezer voorwaarden te bewegen geweest, maar het bleek zoo duidelijk dat Pruisen Oostenrijk niet zou verlaten (in November voegde inen een artikel in dien geest aan het April-traktaat toe) en dat Oostenrijk zich niet van de zeemogendheden zou laten scheiden, dat hij in November zijn nieuwen gezant te Weenen, vorst Alexander Gortschakoff, beval zijn aanvaarding mede te deelen. Maar reeds was gebeurd wat lui had willen verhinderen. Den December sloot Oostenrijk een afzonderlijk traktaat met Engeland en Frankrijk, waarbij bepaald werd dat de drie mogendheden zich zouden beraden over gemeenschappelijke maatregelen tegen Rusland, wanneer de vrede niet voor het einde des jaars verzekerd was. Het plan was, ook Pruisen tot toetreding te bewegen. Maar daar was geen denken aan. Hoe hoog Frederik Willem Oostenrijks belang ook stelde (prins Albert beweerde dat hij het altijd boven het eigen Pruisische behartigde), zoozeer verloor hij toch niet uit liet oog, dat op deze wijze de Poolsche quaestie misschien opnieuw in het leven geroepen en Duitschland het tooneel van een oorlog kon worden, die het niet aanging. Hij ontkende ten sterkste dat zijn verbond van 20 April geldigheid bezat, ingeval tusschen Oostenrijk en Rusland, tengevolge van den laatsteu stap van het eener kabinet, oorlog ontstond.

Sluiten