Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kasische bergvolken, de Tscherkessen en Lesghiers vooral, zelfs een deel der Georgische stammen, in beweging bracht. Schamyl, de onbedwongen sheik der Lesghiers, de beroemde voorvechter van den Islam en der onafhankelijkheid zijner stamgenooten, drong diep in het hart der oude Russische Kaukasuslanden door en verschafte daardoor den Turken aanzienlijke afleiding. Hij hoopte op bijstand van de bondgenooten, maar riep dien evenzeer tevergeefs in als de Turksche regeering dien ter verdediging van Armenië vroeg. Daar had in den nazomer generaal Murawieff alle eenigszins beschikbare troepen tot een onderneming tegen de geduchte vesting Kars bijeengetrokken, waar de overblijfsels van het herhaaldelijk verslagen Turksche Anatolische leger stand hielden. Een aantal Engelsche en andere Europeesche officieren, vooral tot den Islam overgegane Hongaren, stonden den Turkschen generaals ter zijde, die weldra de leiding geheel aan den Engelschen generaal Williams overlieten. Deze, een uitstekend officier, wist niet alleen de vesting door aanleg van nieuwe werken aanzienlijk te versterken, maar ook de bezetting tot een krachtige verdediging op te wekken. Maanden lang hield hij het beleg uit, een bestorming, op de gewone vermetele wijze der Russen ondernomen, sloeg hij zoo bloedig af, dat het verlies der aanvallers op 5 a 7000 man werd begroot. Maar er ontstond gebrek aan levensmiddelen, en hoezeer de Turksche soldaten ook aan ontberingen gewend waren, de honger moest een einde aan de verdediging maken, wanneer er geen ontzet kwam.

Intussclien was Omer-pascha in persoon met eenige troepen uit de Krim en uit de andere streken bij Soekoem Kale geland, maar zijn middelen schoten langen tijd te kort om iets ernstigs te ondernemen. Hij zelf was, bij alle onmiskenbare dapperheid en ervaring, bovenal een voorzichtig generaal, en zijn regeering onthield hem de noodigste ondersteuning. De Turksche regeering was, zoodra de legers der bondgenooten het grondgebied van den sultan verlaten hadden, in den ouden sleur vervallen; de sultan zelf, een zwak man, ging voor in de verspilling der niet rijkelijk vloeiende hulpbronnen des rijks. Als ware niet elke penning noodig voor de verdediging en ordening des rijks, besteedde hij millioenen aan het bouwen van paleizen en geschenken aan mannelijke en vrouwelijke gunstelingen; zelfs de opbrengst der voor hooge kosten gesloten leeningen werd grootendeels op die wijs verkwist. Van hervormingen was natuurlijk geen sprake, behalve op het papier; de ambtenaren stelden zich voor het niet ontvangen

Sluiten