Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weder zulk een belang kreeg, dat de verhoudingen van de Europeesche staten er door zouden worden beheerscht.

De geheele gang van den vredehandel had bewezen, hoe geheel anders de politieke Europeesche wereld was geworden, sedert voor de laatste maal de raad der groote mogendheden bijeen was geweest om over algemeen Europeesche belangen te beslissen.

Ontwijfelbaar had thans Frankrijk de leiding op zich genomen; het gai den toon aan, zooals een tijdlang Rusland en Oostenrijk dat gedaan hadden. Napoleon had de voldoening dat hij, nog geen vier jaren nadat hij de keizerskroon had opgezet, vooraan stond onder de Europeesche vorsten. Frankrijk was vervuld met een zelfvoldoening, die het sedert 1812 nimmer had gesmaakt. De Franschen gevoelden het en zij spraken het uit. Meer en meer begon zich bij hen de overtuiging te vestigen, dat zij «aan de spits der beschaving" stonden, dat zij "de groote natie waren, die allen anderen volken voor moest gaan. De nationale ijdelheid begon zicli met een snelheid te ontwikkelen, die te gevaarlijker was, naarmate dc beheerscher des lands zichzelf meer bedroog omtrent de werkelijke krachten, waarover hij te beschikken had.

Rusland trok zich eenigszins terug uit de Europeesche politiek. Zijn verhouding tot Oostenrijk was derwijze veranderd, dat het reeds daardoor alleen voor goed belet werd een zoo sterken druk op Europa uit te oefenen als voorheen. Zelfs Duitschland ondervond dat, al was het, zoo min als vroeger, in staat geweest zich te laten gelden, en al waren zijn belangen op het vredescongres ook niet door de twee staten behartigd, die gerechtigd waren daarvoor op te komen. Want dat de Duitsche Bond als zelfstandige mogendheid zou worden erkend en op het congres toegelaten, was een denkbeeld, dat alleen op kon komen bij een man, die het gewicht der middenstaten zoozeer overschatte als de Saksische minister Heust, die zelfs gehoopt had een rol op het congres te spelen.

De Duitsche aangelegenheden bleven daar geheel buiten beraadslaging; heel anders dan de Italiaansche. Vruchteloos hadden de Oosten rij ksche gevolmachtigden dat laatste zoeken te beletten. Cavour liet zich niet afwijzen, en Claiendon ondersteunde hem krachtig. Daarenboven gaf de wijze, waarop de Napolitaansche regeering tegen Frankrijk en Engeland was opgetreden, al reeds van zelf aanleiding tot besprekingen op het congres. Besluiten werden daar over de Italiaansche aangelegenheden niet genomen, maar het was al veel dat deze een onder-

Sluiten