Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werp van bespreking uitmaakten, dat Cavour memories kou indieneu, waarbij hij Oostenrijk niet minder hevig aanviel dan sommige Italiaansche regeeringen. Veel takt werd daarbij vereischt, want Napoleon wilde zich niet binden, en de aanwezigheid zijner troepen te Roine maakte het behandelen der Italiaansche zaken altijd tot een kiesche zaak. Toch wist van nu af iedereen, dat Napoleon zich de Italiaansche zaken aantrok. Een veeg teeken voor Oostenrijk was ook de houding der Russische gevolmachtigden, die geheel afweek van die, welke vroeger door hun regeering tegen Sardinië was aangenomen. Evenwel, op het congres was niets beslissends gebeurd, zelfs was niet outkend, dat Sardinië geen formeel recht had om voor Italië te spreken, daar de verschillende Italiaansche stuten zelfstandige souvereine staten waren, door geen enkelen band verbonden.

Napoleon was er op gesteld, dat aan het onder Frankrijks voorzitting gehouden congres een herinnering zou verbonden blijven, van meer dan Kuropeesche beteekenis. Herziening van het volkenrecht ter zee kon met goed en blijvend succes niet anders dan op een dergelijk internationaal congres geschieden; hadden eenmaal de groote mogendheden daaromtrent regelen vastgesteld, dan kouden de kleinere niet anders doen dan toestemmen. Zoo werd als laatste arbeid van het congres een verklaring geteekend door alle gevolmachtigden, waarbij 1°. de kaapvaart werd afgeschaft; 2°. het dekken van vijandelijk goed door onzijdige vlag, behalve oorlogscontrabande, erkend werd; 3°. onzijdig goed, met gelijke uitzondering, onder vijandige vlag onaantastbaar werd verklaard; en 4°. de blokkade op het papier werd afgeschaft.

Deze internationale regeling is een blijvende geweest; alleen de Vereenigde Staten zijn niet toegetreden. De Amerikaansche regeering had daartegen een zeer begrijpelijk bezwaar. De Amerikanen hadden een veel te kleine oorlogsvloot om tegen een der groote zeemachten te kunnen optreden, en waren in die dagen volstrekt niet geneigd een grootere te onderhouden. Ingeval van een oorlog zouder kaapvaart, zou dus hun handelsvloot blootstaan aan de vervolging der vijandelijke oorlogsvloot, terwijl hun oorlogsschepen den koopvaarders des vijands maar zeer weinig schade konden toebrengen. Vandaar dat zij, uitsluitend wanneer tevens de onschendbaarheid van het privaat eigendom op zee werd aangenomen, in de afschaffing der kaapvaart wildeu toestemmen. Daartegen had echter Engeland bezwaar, vooral ook omdat dan de

Sluiten