Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de algemeen Europeesche staatkunde was het de conservatieve Buol, die door den breuk van Oostenrijk met Rusland, de stoot gaf tot de verandering in de verhoudingen der groote staten, welke de bijna plotselinge zegepraal der nationale en liberale denkbeelden mogelijk heeft gemaakt. Tn de economische politiek was het de man , die de redder van Europa uit de klauwen der revolutie heette, keizer Napoleon, die voor het Engelsche stelsel van vrij ruilverkeer een weg begon te banen op het continent!

Onwillekeurig ging ieder mede, verliet iedereen de oude banen; geen vijftal jaren waren sedert 1848 verloopen, kwalijk een enkel sedert de zegepraal der reactie verzekerd scheen, of er was haast niemand meer die geloofde aan het behoud van wat men zoo pas met zooveel moeite weder had opgebouwd.

Een nieuwe geest werd vaardig over de wereld; de tijd was aan-1 gebroken voor de zegepraal van den burgerstand; dat was zichtbaar in handel en in verkeer, in kunst en in letterkunde; overal keerde men zich tot het praktisch bereikbare, dikwijls tot het nuttige, veelal juist niet tot het schoone. Het onbepaalde dwepen eu de hooge idealen van liet jonge geslacht van vóór 1848 werd bijna uitgelachen door de mannen, die thans als volwassenen mede den toon aangaven, en dat waren dezelfden als die dat jonge geslacht hadden uitgemaakt. Maar zij hadden de harde school van revolutie en reactie doorloopen en hadden veel in die school geleerd. Zij zagen naar over zee, naar Engeland, niet als voorheen, om daar het model van den eigen staatsvorm te vinden, maar om te leeren hoe men kon geraken tot vrijheid en welstand. Sommigen zagen al verder, over den oceaan, maar daar in Amerika begon in die dagen het slaven-vraagstuk zulke afmetingen aan te nemen, dat men zich onwillekeurig afvroeg, of de groote republiek wel zou kunnen blijven bestaan. Ook dat werkte ontnuchterend op duizenden, die vroeger met de republiek in het algemeen hadden gedweept.

Nuchterheid, dat was zonder twijfel het karakter van den tijd, van 1853 tot 1859. Niet dat men geen idealen koesterde, maar men leerde die idealen beperken. Zoovelen van de vroegere voorgangers gaven de hunne op, hoeveel hun dat kosten moest, omdat zij wisten dat die niet te bereiken waren. Zelfbeheersching en arbeid, ijverige arbeid, op elk gebied; geen tijd haast waarin zooveel in de wetenschap is gewerkt, veelal op pas geopend gebied, met ontzaglijke moeite en nog zeer beperkte hulpmiddelen.

ligenaardigheden der periode op eoonomiaoh en geestelijk gebied.

Sluiten