Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De revolutie

van 1854. Odonnell en Eapartero,

wettige wijze tot stand, geen enkele wet werd aangenomen; onophoudelijk werden de zittingen der Cortes gesloten en heropend; koninklijke besluiten waren de eenige middelen van bestuur. Maar een staatsgreep had niet plaats. Tot octrooieering eener andere constitutie durfde men niet overgaan. Voor eigenlijk stelselmatig absolutisme te zwak, lieten de koningin en haar omgeving zich toch veelal verleiden tot de meest despotieke maatregelen. Dit wekte op den duur overal verbittering en tegenstand. In Januari 1854 beweerde de regeering een militaire samenzwering van aanzienlijke generaals tegen de dynastie te hebben ontdekt en verbande een aantal hunner naar de Canarische en andere eilanden. Twee dezer, Manuel de la Concha en Leopold Odonnell, gehoorzaamden niet aan het bevel; de laatste bleef zich te Madrid schuil houden; te Sarragossa had een eerste militaire opstand plaats, die echter, met ondersteund door de burgerij, na eenig bloedvergieten onderdrukt werd. Nieuwe arbitraire verbanningen en arrestaties volgden, en opnieuw kwam een plan van herziening der constitutie in reactionnairen zin te berde, dat nog veel sterker reactionnair was dan het niet uitgevoerde van Bravo Murillo. Tegelijk werd, om aan geld te komen, een heffing der belastingen vóór den wettigen termijn beraamd. Dat deed ten slotte den beker overloopen en niet alleen het leger, maar ook de natie in beweging komen.

Op den liS'10" Juni barstte een opstand van een deel van het garnizoen van Madrid uit. Odonnell stelde zich aan het hoofd. In zijn manifest riep hij de vereeniging van alle liberale partijen, de Liberale Unie uit, een woord, dat ook in Spanje schooner klonk dan gemakkelijk in toepassing was te brengen. In elk geval wilde hij niet dan herstel der constitutie van 1836. Vooreerst vond zijn roep weinig weerklank. Slechts enkele regimenten volgden hem. De minister van oorlog wist een deel der troepen om zich te verzamelen en in het gevecht van Vicalvaro den opstandelingen weerstand te bieden, die daarop terugtrokken naar Andalusië, door de regeeriugstroepen vervolgd. Madrid was zoodoende vrijwel van troepen ontbloot. Doch juist nu hadden op allerlei plaatsen pronunciamento's plaats, en niet alleen van het leger, maar ook van de bevolking. Een poging der koningin om door een verandering van ministers de nu algemeen geworden beweging tegen te houden, werd op den 17*» Juli beantwoord met een geweldigen opstand der bevolking van Madrid. De stad werd het tooneel van erge bloedstorting en verwoesting. Een junta, onder een oud, progres-

Sluiten