Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koningin te behouden, hoe langer hoe meer de clericalen begunstigde. Hij slaagde er daarenboven in, een wijziging van het concordaat met den paus tot stand te brengen, waarbij het desauiortissement der geestelijke goederen door de Kerk werd erkend, op voorwaarde van verhooging der begrooting voor de geestelijkheid. Maar bovenal wist hij zich populariteit te verschaffen en tevens de aandacht der natie van het binnenlandsch partijgehaspel af te leiden door den oorlog met Marocco.

Sinds lange jaren had Spanje geen oorlog gevoerd, behalve in het binnenland. In de Europeesche politiek was het haast nooit gemengd. Alleen in 1849 had het een oogenblik voor Rome zijn vlag vertoond, maar roem had het toen niet verworven. Hoogstens de koloniën boden zoo nu en dan aan de Spaansche dapperheid gelegenheid zich te doen gelden.

Maar nu, in 1859, gaf de wetteloosheid der toestanden in het rijk van den Sherif aanleiding tot eischen van de zijde van Spanje, ten opzichte van het in bedwang houden der beruchte Rif-zeeroovers en der om Ceuta heen wonende Kabylenstammen, welke ten slotte tot een oorlogsverklaring en een groote militaire expeditie moesten leiden. Odonnell begreep te goed welk een zeldzame gelegenheid om populariteit te winnen hem hier geboden werd en, hoe slecht het ook met de financiën stond, een aanzienlijk gedeelte van het leger, onder zijn eigen leiding, en verder door de beroemdste namen uit de burgeroorlogen aangevoerd, werd naar de Afrikaausche kust overgebracht. Zeer bezwaarlijk was daarbij de vrees van Engeland voor zijn positie te Gibraltar. Het Engelsche kabinet eischte niet minder dan een bindende verklaring, dat Tanger in geen geval door Spanje langer dan tot het sluiten van den vrede bezet zou worden gehouden, en dat van alle uitbreiding van Spaansch gebied in Noord-Afrika zou worden afgezien. Daardoor trok Spanje eenigermate met gebonden handen ten oorlog. Anders, het volk was zeldzaam eenstemmig; het gewoon partij-gekibbel zweeg voor het eerst sinds lange jaren.

De Maroccanen vertegenwoordigden voor de Spanjaarden den ouden erfvijand, tegen wien een oorlog hun nog altijd als een kruisvaart gold. Daarenboven waren de Maroccaansche zeeroovers nog altoos een gevaar voor de Spaansche kustvaart, al waren de dagen lang voorbij, dat de Spaansche kusten door hen onveilig werden gemaakt en steeds bloot stonden aan hun menschenroof. Hoe fanatiek ook de ongeregelde scharen van den nieuwen sultan Moeley Abbas waren, op den duur

De Marroccaansche oorlog.

Sluiten