Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gingen zoo geheel geen weerklank vonden in het buitenland, bewees dat. Zelfs bij gezonder politieke ontwikkeling, bij verhoogd maatschappelijk leven zou dat waarschijnlijk het geval zijn geweest. Want het isolement zijner geographische ligging kon nimmer geheel worden goed gemaakt.

Merkwaardig ook, dat het naburige stamverwante volk op het zuidwestelijk schiereiland wel onder gelijksoortige toestanden en verhoudingen verkeerde, maar niet zoozeer omdat het den invloed van den grooten nabuurstaat onderging, als omdat het ongeveer denzelfden ontwikkelingsgang had gevolgd.

In Portugal echter ontbrak het aan de machtige reactionnaire invloeden , welke zich in Spanje lieten gelden. De koningin, Maria da Gloria II, de dochter van Dom Pedro, was volstrekt geen vrouw als Isabella; haar man, Ferdinand van Saksen-Coburg-Kohary, die evenals de Spaansche gemaal den titel van koning voerde, was, als alle leden van zijn huis, goed constitutioneel gezind en vermeed eiken schijn van meer gezag te willen uitoefenen dan zijn positie meebracht. Koningin en koning lieten vrij spel aan de politieke partijhoofden, welke vroeger samen de Miguelisten hadden overwonnen, maar thans als leiders van conservatieve en democratische liberalen elkander bestreden. Het gevolg was. dat er wel voortdurend pronunciamento's plaats hadden, want het leger was ook hier het middel om het gezag te vestigen, maar dat de kroon onaangetast bleef en er nimmer quaestie was van een eigenlijke revolutie. Ten slotte bleven de conservatieven meester, tot er op eens verandering kwam. Wonderlijk genoeg stelde de oude maarschalk, hertog van Saldanha, een kleinzoon van Poinbal en, met den hertog van Terceira, de leider der partij die Dom Miguel had verdreven, hoewel hij tot nog toe een hoofdman der conservatieven was geweest, zich aan het hoofd der democraten, toen Costa-Cabral, de graaf van Thomar, die geen generaal maar een burger was en de conservatieven leidde op een wijs, die veelal aan de politiek van ATarvaez in dezen tijd deed denken, als minister hem niet in alles ter wille wilde wezen. De koningin trok toen, in 1849, zoodanig partij voor den minister, die de ultra's krachtig in toom hield, dat Saldanha's groote populariteit hem niet baatte en hij het onderspit delfde. In April van 1851 echter herhaalde de oude maarschalk, door Engeland gesteund, zijn poging; ditmaal vielen hem niet alleen het grootste gedeelte des legers en de bevolking van Oporto toe, maar ook de studenten van Coïmbra en de lagere klassen

Portugal na 1848.

Sluiten