Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oude tegenstanders duchtig laten gevoelen en hadden zij niet alleen die invoering door een uiterst willekeurige uitlegging der volksstemming in de katholieke cantons doorgezet en ook verder zoowel katholieke als protestantsche conservatieven met groote willekeur behandeld, maar de constitutie zelf beschaamde de vrees, dat, als voorheen, een partij-constitutie zou worden ingevoerd. Van een eenheidsstaat, als van wijlen de Helve'tique, Napoleontischer gedachtenis, was geen sprake. De oude instellingen der cantons, waar de Landesgemeinde, de meest eens per jaar bijeenkomende vergadering der stemgerechtigde burgers, zelf de beslissing over alle gewichtige zaken in handen had en de overige aan een landamman en raad overliet, bleven volkomen onaangetast; en behalve de invoerrechten en de opbrengst der posterijen ontving de Bond geen eigen inkomsten, maar was geheel van de cantons afhankelijk. Het oude karakter van den Bond bleef dus m vele opzichten bewaard, inaar hij hield op een statenbond te zijn, hij werd een bondstaat. Meerdere centralisatie was vooral in de invoering van een regelmatig permanent bondsbestuur, den Bondsraad, met kamers van vertegenwoordiging der cantons en der bevolking (Standen- en Nationaal-raad), en van een bondsgerechtshof zichtbaar, terwijl ook het leger een Zwitsersch bondsleger werd en niet, als vroeger, een verzameling van cantonnale contingenten. En bovenal, aan alle burgers werden, onverschillig in welk canton zij te huis behoorden, gelijke rechten toesrekend; terwijl de vroeger talrijke klasse der heimathlosen, menschen die, daar zij hun burgerrecht in het eene canton verloren hadden en in een ander liet niet hadden verkregen, feitelijk rechteloos waren, weldra ophield een, als vroeger, uiterst hinderlijk bezwaar te zijn, omdat ieder Zwitser niet alleen burger van zijn gemeente en canton, maar in de eerste plaats van Zwitserland was.

Vandaar dan ook, dat 11a weinige jaren de lang niet ongegronde

klachten der verslagen partij ophielden, omdat zij moest erkennen,

dat de toestand, al was hij niet volmaakt, oneindig veel verbeterd

was en niemand meer als voorheen een verontschuldiging vond, als hij

zijn toevlucht tot geweld nam. Vroeger was dat telkens geschied,

nu hield het op, totdat in 1856 de aristocraten in NeucMtel een

poging deden om met geweld den vorigen toestand in hun canton te herstellen.

Het oude, in later tijd aan het huis Hoheuzollern gekomen graafschap - euchatel, door Napoleon tot zelfstandig vorstendom verheven, was

Sluiten