Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedreven. Ook thans had het er nog belang bij en heeft het deelgenomen aan de vreedzame regeling van wat eenmaal zooveel strijd verwekte.

Dat vraagstuk gold het recht van Denemarken om de groote doorvaart van Noord- naar Oostzee, den Sont en de beide Belten, voor den handel niet anders open te stellen, dan tegen tolheffing van de doorvarende schepen. Dat recht had het vroeger kunnen handhaven, omdat die vaarwaters alle drie, ook de Sont, geheel door zijn gebied liepen. Want toen was ook de overzijde, het later Zweedsche Skonen, Deensch land. Die laatste reden was wel door den afstand der drie gewesten, Skonen, Halland en Bleking, weggenomen, maar in 1720 had Zweden, dat toen, na den dood van Karei XII, vrede moest sluiten, toch het recht van Denemarken moeten erkennen, en sedert was er door geen land meer verzet tegen gepleegd.

De heffing, welke voor Denemarken aanzienlijke inkomsten opleverde, was bij onderlinge minlijke verbintenis tusschen Denemarken en de verschillende staten geregeld. Meestal werd daarin de clausule van gelijkstelling met de meest begunstigde mogendheid opgenomen, en een zekere termijn van vernieuwing vastgesteld. Ook de Vereenigde Staten hadden in 1826 een dergelijk verdrag op dien voet gesloten. In 1855 was het echter door de Amerikanen opgezegd, nut mededeeling, dat na afloop van den termijn de tol door geen Amerikaansch schip meer zou voldaan worden.

De Deensche regeering begreep dat het onmogelijk was de Amerikanen te dwingen. Haar recht was wel ontwijfelbaar, maar, zooals de Amerikaansche regeering had opgemerkt, in strijd met den geest des tijds. Zij besloot toe te geven, maar natuurlijk niet zonder schadeloosstelling. Daarom riep zij de regeeringen der belanghebbende staten tot een conferentie te Kopenhagen op en stelde daarbij voor, den tol op een voet van 4 percent te kapitaliseeren. Daar de geheele opbrengst jaarlijks dooreen genomen 2,100,000 Deensche kronen bedroeg, zou dus de geheele afkoopsom 52 en een half millioen bedragen of ongeveer 150 millioen francs. Rusland en Engeland zouden ieder daarvan bijna een derde te dragen hebben.

Niettegenstaande de Krimoorlog nog niet geëindigd was, kwam de conferentie tot stand; alleen Amerika weigerde deelneming, daar zij het recht van tolheffing niet erkende. In den beginne had echter de zaak geen voortgang, de afkoopsom werd te hoog gevonden. Maar

Sluiten