Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het begin van het volgend jaar matigde Denemarken zijn eisch aanzienlijk; zij verminderde dien op twee derden. Daarop werd nu verder onderhandeld en den 14ten Maart 1857 te Kopenhagen een verdrag gesloten tusschen Denemarken en de staten, wier schepen geregeld door den Sont plachten te varen en waarheen en waarvandaan geregeld koopwaren daardoor hen werden vervoerd. Want naar de waarde dier waren werd de tol geheven. Behalve Engeland, Frankrijk, België, Nederland, Rusland en Zweden en Noorwegen, waren het vooral Duitsche staten, Pruisen, dat ruim 12 "j percent te betalen had, Hannover, Mecklenburg Schwerin, Oldenburg en de Hanzesteden. De geheele afkoopsom was thans op ongeveer 30 en een half millioen kronen gesteld, waartegen Denemarken niet alleen de tol ophief, maar ook zijn doorvoerrechten op zijn andere vaarwaters aanzienlijk verlaagde en de zorg voor de veiligheid der scheepvaart op voldoende wijs beloofde op zich te zullen blijven nemen. Want om de daartoe strekkende middelen, vuurtorens, bakens en dergelijke zaken en het loodswezen te bekostigen, heette de tol thans geheven te worden. Zoo kwam tot algemeen genoegen een regeling tot stand, die den internationalen handel altijd een belemmering, althans een last was geweest.

De Vereenigde Staten, die er den stoot toe hadden gegeven, sloten later een afzonderlijk verdrag, waarbij zij hun aandeel van ruim 2 percent van de geheele som onmiddellijk betaalden. Zij beschouwden het eenigermate als een geschenk aan Denemarken.

Merkwaardig is de opgave van het aantal schepen van ieder natie, die in het laatste, jaar der heffing door den Sont voeren. Het bepaalt echter nog niet den handel en scheepvaart van ieder, want het eene land had veel meer kleine schepen in de vaart, en liet die veel meer reizen doen dan andere, die vooral groote schepen bezaten, die een minder aantal reizen deden.

Het geheele getal bedroeg toen ruim 20,000 schepen, waarvan bijna 4800 Engelsche, ruim 3200 Noorsche, bijna 3000 Pruisische, 2400 Deensche en bijna evenveel Zweedsche, 1900 Nederlandsche, 800 Hannoversche en bijna evenveel Mecklenburgsche. De overige landen waren door veel minder getallen vertegenwoordigd. Frankrijk leverde maar een kleine 400, Noord-Amerika slechts 93 en Rusland slechts iets meer dan Frankrijk. In het vorige, een oorlogsjaar, waren de cijfers veel geringer geweest, het geheel had nog geen 16,000 be-

Sluiten