Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1857, sloegen plotseling niet alleen het regiment, waartoe de veroordeelden behoorden, maar ook de twee te Miroet gecantonneerde Bengaalsche infanterie-regimenten aan liet muiten. Zij braken de gevangenis open en vermoordden een aantal hunner Europeesche officieren. Er waren te Miroet ook een paar Engelsche regimenten gecantonneerd; deze ontzetten terstond de overige officieren en de Engelsche fainiliën, en dreven daarop de muitelingen de stad uit. Aan vervolging werd, naar liet schijnt, niet gedacht. Men vreesde waarschijnlijk voor een opstand der stadsbevolking, welke reeds aan het plunderen van de huizen der Engelsche inwoners was geslagen.

De muitende soldaten trokken zuidwaarts af, in de richting van Delhi, de niet ver verwijderde beroemde residentie der "Mogols". Nog leefde daar, in koninklijken staat, maar zonder koninklijk gezag, de 80-jarige erfgenaam van den laatsten vorst uit het huis van Timoer, die in naam over geheel lndië had geregeerd en, door de Engelschen bevrijd van de tirannie van Afghanen en Mahratten, als afhangeling van de Compagnie, wier leenheer hij heette te wezen, op zijn ouden dag haar genadebrood in zijn uitgestrekt paleis had moeten eten en er dankbaar voor zijn. Reeds in den morgen van den ll<ii>n bereikten de voorste muiters de schipbrug over den Dschoemna, en trokken zonder hinder de koningstad binnen en naar het paleis. Zij riepen de bescherming in van den ouden shali (want deze werd nog altoos met dien titel begroet, al had hij ook nimmer gezag uitgeoefend), en weldra, versterkt door de overige muiters en een regiment dat in de stad in bezetting lag, begroetten zij hem als den rechtmatigen opperheer en koning van 1 ndië. Het overige, buiten de stad gelegerde garnizoen (er waren, om de ongezonde ligging, te Delhi alleen iulandsche troepen) en de bevolking, Hindoe's en Mohammedanen door elkander, sloten zich bij hen aan. Alle Europeanen en al wat Christen was in de stad werd, zonder onderscheid van geslacht of leeftijd, omgebracht, maar het is gebleken, dat er geen andere gruwelen werden gepleegd, met name niet tegen de vrouwen.

Delhi was een groote, sterk bevolkte stad, welke door de Engelschen opnieuw versterkt was geworden. Dezen hadden daar de groote magazijnen en arsenalen van het Bengaalsche leger. De muiters vonden er dus alles wat zij vooreerst noodig hadden; wapens, amunitie, zwaar geschut, levensvoorraad in overvloed, een ruime krijgskas en ten slotte zelfs een rorst, met wiens naam zij zich in zekeren zin konden dekken,

Sluiten