Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verder overleg bij de muiters op te houden. Eu, wat merkwaardig mocht heeten, de iulandsche vorsten, die vasallen der Compagnie waren, bleven trouw, op zeer enkele uitzonderingen na. Met name gold dit van die der Mahratten, die zoolang aan de Compagnie weerstand hadden geboden. Het legertje van Scindiah, den maharadschah van Gwalior, was het eenige hunner contingenten dat in opstand kwam, eu geheel tegen den wil van den vorst, die naar de Engelschen vluchtte. De vorst van Indore, Holkar, werd wel beticht van medeplichtigheid, maar hij bewees zijn volkomen onschuld. Beiden bleven Engeland onwankelbaar trouw. Toch was een hunner verwanten, de aangenomen zoon van den laatsten Peishwa, in wiens geslacht eenmaal eerst het rijksbestuurderschap en daarna korten tijd het oppergezag over alle Mahrattenstaten erfelijk was geweest, de eenige aanzienlijke inlander, wiens naam door den opstand wijd en zijd bekend is geworden.

Dhoendoepoent Nanadschie, die door de Engelschen bij verkorting Nana, met het toevoegsel sahib (heer), wegens zijn rang en positie, werd genoemd, had bij den dood van zijn adoptiefvader, die door de Engelschen met een jaargeld voor zijn ontzetting van de regeering over zijn land Poenah was getroost geworden, diens erfenis opgeëischt. Dalhousie had hem die geweigerd, onder voorgeven, dat 1»ij als aangenomen zoon er geen recht op had. Dat werd in Indië algemeen onrechtvaardig gevonden, ook door vele Engelschen, die beweerden, dat het Indische recht geen onderscheid tusschen aangenomen en natuurlijke kinderen kent. Om Nana tevreden te stellen had de gouverneur-generaal hem een landgoed in de nabijheid van Cawnpoer geschonken en hem vergund daar op vorstelijke wijs te leven, zelfs een lijfwacht en geschut te houden. Maar Nana beschouwde zich toch als verongelijkt eu zon op wraak. Als een echte Hindoe verbergde hij zijn gevoelens achter een buitengewone vriendelijkheid jegens de Engelschen , terwijl hij een vertrouwden dienaar, een vrij beschaafd Muzelman, naar Engeland zond om daar zijn zaak te bepleiten. Deze laatste was daar voor een Indisch vorst aangezien, en hoewel hij niets voor zijn meester verkreeg, had hij er in de eerste kringen verkeerd, 't Was in den slechtsten tijd van den Krimoorlog, en hij had den indruk gekregen, dat de krachten van Engeland uitgeput waren. Teruggekomen, stookte hij ziju meester nog meer op. Nana, nog meer dan te voren overtuigd, dat er van Engeland geen recht was te krijgen, verkropte echter zijn woede en wachtte zijn tijd af. Zooals

Sluiten