Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles wat met den opstand in verband staat, zijn zijn rol bij het beramen daarvan en zijn plannen volstrekt onbekend gebleven. De geheimzinnigheid van het Oosten omgaf hem en zijn handelingen als met een sluier. Lang behoefde hij niet te wachten. Reeds den 16llen Mei kwam het sterke inlandsche garnizoen van Cawnpoer in opstand. De kommandaut, brigadier sir Hugh Wheeler, een man van 75 jaar, had slechts 50 Europeesche artilleristen ter beschikking, waarmede hij een aantal burgerlijke en spoorwegambtenaren en hun huisgezinnen en de naar Cawnpoer gevluchte families van het garnizoen van Lackuau had te beschermen. Door een enkel detachement infanterie versterkt, sloot hij zich met ongeveer 1000 personen, waarvan 400 gewapende mannen» op in het oude hospitaal. Behalve naar Calcutta en Lacknau wendde hij zich om hulp tot Xana, wiens vriendschappelijke gezindheid hij hem en alle Engelschen boven allen twijfel verheven was. Terstond gaf deze aan zijn verzoek gehoor, maar te Cawnpoer gekomen, stelde hij zich aan het hoofd der door allerlei gepeupel en een gedeelte van het contingent van Audli versterkte muitelingen. In Juni begon het beleg. Maar de Engelschen verdedigden zich met zulke ongeëvenaarde volharding, dat zij, niettegenstaande hun alles ontbrak en zij vreeselijk van hitte en gebrek aan voldoend water, zoowel als van het vuur des vijands leden, in staat waren alle aanvallen af te slaan. Wheeler zelf werd doodelijk gewond bij een uitval, die tot niets leidde, daar men de vrouwen en kinderen niet kon achterlaten, anders had men zich zeker kunnen doorslaan. Den dag daarop, 27 Juni, werden onderhandelingen aangeknoopt, Nana bood allen, die geen deel hadden gehad aan de daden van Dalhousie, vrijen aftocht op den Gansjes naar Allahabad aan. Dit werd aangenomen en de Engelschen daarop ingescheept op groote Gangesbooten. Nauwelijks waren zij in het midden van den stroom, of op bevel van Nana werd van beide oevers het vuur op hen geopend. Alle mannen en een goed gedeelte der vrouwen eu kinderen kwamen om. De overigen werden aan land gezet en naar de stad teruggebracht. Zij werden er opgesloten, maar niet mishandeld. Want van de verhalen, als zouden de geredden openlijk verkocht zijn geworden, op een aantal vrouwen na (een 30-tal deelt zelfs de ernstige Anvuaire des denx Mot/des mede), die in Nana's harem werden gebracht, is evenmin iets waar gebleken als van de overige tallooze verhalen omtrent de wreedheden en schandelijke bejegeningen, waaraan te Delhi en elders de Engelsche vrouwen en kinderen zouden hebben

Sluiten