Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blootgestaan. Toch zijn het vooral die verhalen geweest, welke in Engeland die inatelooze opwinding veroorzaakten, welke niet anders dan in de vreeselijkste bloedbaden vergelding meende te kunnen vinden en te mogen eischen, en die elk bezadigd optreden schandelijke zwakheid of belachelijke domheid achtte. In Tndië zelf was het vooral de schrik der Europeesche bevolking, met name in Calcutta, welke de meest overdreven maatregelen deed eischen en tevens alle handelingen van overheden en generaals, die niet de onmiddellijke vernietiging der opstandelingen ten gevolge hadden, deed afschilderen als bewijzen van lafhartigheid of onbekwaamheid.

Terwijl men daar vreesde, dat de nabij Calcutta geïnterneerde exkoning van Audh de stad zou overvallen en er een bloedbad aanrichten, en, om dat te voorkomen, zijn onmiddellijke terechtstelling eischte, werd de opperbevelhebber, omdat hij niet onmiddellijk met het garnizoen van Simla Delhi had heroverd, van de meest ergerlijke onbekwaamheid, de gouverneur-generaal, omdat hij hem niet dadelijk afgezet had, van even schandelijke verwaarloozing van zijn plicht beschuldigd. Gelukkig was lord Canning een man die daar tegen bestand was en zich den spotnaam van '/Glemency-Canning"1 eerder tot eer rekende. Het zou niet lang duren, of men zou hem van alles eerder dan van oveTgroote genade jegens de muiters beschuldigen. Maar wat de vrouwen en kinderen te Cawnpoer betrof, haar wachtte een vreeselijk lot, zij het ook een ander dan dat waarover men in Engeland zich tot razernij toe opwond. Als zoo dikwijls was de waarheid wel anders, maar daarom niet minder vreeselijk dan het uitgestrooid gerucht.

Terwijl in den loop der maanden Mei en Juni bijna geheel het midden van Indië aan het Britsch gezag ontrukt werd en vele millioenen voor altoos van de heerschappij der gehate onreine ongeloovigen dachten verlost te wezen, gelukte het, tegen alle verwachting aan, de pas onderworpen landen in het verre Westen en Noordwesten te behouden en den daar uitbarstenden opstand der oude Compagniestroepen. die zoo dapper hadden gestreden om ze te veroveren, te bedwingen.

Dat lag aan drie oorzaken. In de eerste plaats was de gouverneur, sir John Lawre,nee, een man van groote bekwaamheid en karaktersterkte en werd hij uitmuntend bijgestaan door zijn officieren eu ambtenaren; in de tweede plaats waren nergens in Tndië naar verhouding zoo veel Europeesche troepen gelegerd, en in de derde eindelijk bleek het, dat bij de bevolking van het oude rijk van Randsjet Singh en met

De redding

van den Pendschab.

Sluiten