Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iu Audli, behalve dat van zes bij uame genoemde zemindars (groote grondbezitters) die onwankelbaar getrouw waren gebleven, verbeurd verklaarde, terwijl het slechts van de regeering zou afhangen wat met het verbeurde land zou geschieden, toen ging er een algemeene kreet van verontwaardiging op. Zelfs de man die de proclamatie had 'uit te voeren als regeeringscommissaris, generaal Outram, die twee jaar te voren in die hoedanigheid den sultan had afgezet, verzette er zich tegen en beweerde dat alle landbezitters, de eenige eenigermate beschaafde klasse in Audh, tot wanhoop zouden gedreven worden en men gevaar liep, dat er een eindeloos verzet zou ontstaan, dat onnoemelijke ellende over het land zou brengen en verbazend veel verliezen in geld en levens aan de Engelschen zou kosten. Canniug beloofde dan ook in een tweede proclamatie, dat degenen, die terstond tot het herstel der orde zouden meewerken, aanspraak zouden hebben op de gunst der regeering ten opzichte van het voortdurend gebruik van hun land. Hij had trouwens voornamelijk bedoeld om alle landbezitters en erfelijke pachters, die zeer verschillende en ingewikkelde rechten en verplichtingen hadden tegenover den staat als erfgenaam van den vorst, den eigenlijken landeigenaar, op gelijken voet van de regeering afhankelijk te maken en daardoor het zoo moeilijke toezicht op de verhoudingen \an laudheeren en landbezitters te vereenvoudigen.

lil Iudië had de zaak niet zoo diep ingrijpende gevolgen als men gedacht had. Maar in Engeland maakte zij veel gerucht, want het trof, dat bij de juist voorgevallen verandering van regeering in Engeland het ministerie van Indië, toen nog het presidentschap van den Raad van loezicht (op liet bestuur der Compagnie) geheeten, iu het nieuwe torv-kabinet was opgedragen aan lord Ellenborough, die, uiterst driftig van karakter, steeds optredende als de beschermer van indië en bereid alles af te keuren wat door liberale bewindslieden was gedaan, in de proclamatie aanleiding vond tot het zenden aan den gouverneur-generaal van een scherpe afkeuring van wege regeerin? en directeuren der Compagnie. Die maatregel was zoo ongehoord, en de toon van het stuk zoo ergerlijk tegenover een man zooals Canning getoond had te zijn, dat zij een storm verwekten in de beide huizen vau het Parlement, waarvan de oppositie gebruik maakte tot een aanval, die echter, tengevolge van het onmiddellijk aftreden van Ellenborough, zijn doel volkomen miste, maar om allerlei redenen groot gerucht maakte zelfs buiten Engeland.

Sluiten