Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De conservatieven, zooals men reeds toen de Tories meestal placht te noemen, moesten wel de regeering overnemen, hoewel zij in het Lagerhuis geen meerderheid hadden. Zij moesten dus ook de liberalen naar de oogen zien en maatregelen invoeren, zooals de opheffing der Oost-Indische Compagnie en de toelating van Joden tot het Parlement, welke eigenlijk regelrecht met hun programma streden. Maar reeds toen begon de Engelsche conservatieve partij niet zelden wegen in te slaan, die haar tot een verbond, zoo al niet met de radicale partij, dan toch met enkele der invloedrijkste radicalen moesten leiden. Disraëli was eigenlijk reeds in die dagen haar leider, veel meer dan graaf Derby, wien wel wegens zijn positie en talenten het eerste ministerschap uitsluitend toekwam, maar die het eigenlijk handelen aan zijn genialen medewerker overliet. Zoo kwam het, dat reeds dit conservatieve ministerie niet alleen uit nood, maar ook wegens de neigingen van zijn leider voor den dag kwam niet alleen met de zending van Gladstone naar de Ionische eilanden, om te onderzoeken naar den toestand aldaar en de gegrondheid der wenschen der bevolking om met het Grieksche koninkrijk vereenigd te worden. maar ook in 1859 met een reformbill. Disraëli wilde aan de natie toonen, dat de conservatieven wel degelijk oog hadden voor haar behoeften aan uitbreiding van den volksinvloed, even goed als de liberale Russell of de radicale Bright, maar hij deed het op een wijs, die wel buitengemeen handig kou heeteu, omdat hij de conservatieven daarmede niet geheel vervreemdde (slechts enkele ministers zagen er aanleiding in om hun ontslag te nemen), maar die eigenlijk niemand bevredigde, daar het stemrecht, volgens zijn voorstel, niet aan de werklieden zou worden gegeven, maar aan gepensionneerde ambtenaren en kleine burgerlieden en wetenschappelijk eenigermate ontwikkelden, 't Verwonderde dan ook niemand, toen in het Lagerhuis de onvoldoendheid van het voorstel werd uitgesproken. Disraëli ontbond toen het Parlement, om de natie te laten uitspraak doen; maar de verkiezingen van den zomer van 1859 veranderden zoo weinig in den stand der partijen, dat de Tories moesten aftreden en Palmerston als eerste minister optrad, met lord John Russell als minister van buitenlandsche zaken en Gladstone als minister van financiën. Behalve Cobden, die den hem aangeboden post van minister van koophandel afsloeg, omdat hij zich niet met Palmerstons buitenlandsche politiek vereenigen kon, zaten de meest liberale partijhoofden in het ministerie, zelfs een van Cobdens trouwe volgelingen, Milner Gibson.

Sluiten