Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sinds lang had Engeland geen ministerie gehad, dat zoo scherp geteekend was als een liberaal ministerie. De oude Whigs, die er nog inzaten, gingen langzamerhand als op in de groote liberale partij, die zich thans gevormd had uit vele verschillende elementen, de oude volgers van Peel, de echte radicalen, de vooruitstrevende liberalen en de Manchestermannen; zij vormden daarin een meer conservatieve kern, die haar langen tijd groote kracht bijzette, maar op den duur toch niet in haar paste. Het partijleven in Engeland begon te veranderen; ook de Tories waren niet meer de oude, sinds Disraëli onder hen den toon aangaf. Nog waren het de klassen die sinds 1832 het gezag in handen hadden gehad, die het land regeerden, maar op den duur begon behoefte aan meer democratische invloeden op de landsregeering in een steeds meer democratisch wordende maatschappij zich ernstig te doen gevoelen.

Een land, dat een oorlog als de Kriinoorlog en een crisis als de Indische opstand doorstaan kon, zonder daarvan meer dan oppervlakkig de bezwaren te ondervinden, moest wel een buitengemeene1 weerstandskracht bezitten, 't Is waar, dat het land zelf door den oorlog en den opstand niet geraakt werd ; geen zijner hulpbronnen hield op of begon zelfs minder ruim te vloeien tengevolge van den strijd. Een geweldig verbruik van menschen en een nog geweldiger verbruik van geld was het eenige wat het land zelf raakte.

Maar dat was toch een buitengewoon krachtsverbruik, en geen enkel teeken was waar te nemen, dat de krachten van Engeland minder werden. Integendeel, noch de staat, noch de natie toonde zelfs maar een spoor van afmatting. De Engelsche ondernemingsgeest begon hoe langer hoe meer landen te omspannen; niet tevreden met het enorm gebied van den aftrek zijner waren, deinsde Engeland voor geen middel terug om dat uit te breiden. Met name zocht het dat in Oost-Azië. Zijn nijverheid scheen behoefte te hebben aan de geheele wereld als plaats van debiet. Het was in die dagen, dat de fabrieksdistricten en de groote fabriekssteden in Laticashire die geweldige toename in omvang kregen, welke de toenmalige wereld verbaasd deed staan. De katoen vooral eischte voortdurend meer machines, meer fabrieken, meer arbeiders. Reeds begon men in Engeland op middelen te peinzen om te voorzien in den nood, die moest ontstaan, als Amerika eens ophield met het leveren vau katoen, en zocht men den bouw daarvan in Indië en

Sterke vooruitgang van handel en iy verheid na 1852.

Sluiten