is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Britsche koloniën van 1852 tot 1859.

i i

(

i

i

( 1 1 C C 1

d

t

d

y

u

V

ë

! a v A

si u

zou heeten troostte zich. Die 't laatst lacht, lacht 't best. Later zou Engeland er anders over denkeu. Dat heeft Frankrijk zelf ondervonden.

De Engelsche koloniën waren nog onder het ministerie DerbyDisraëli met één vermeerderd. Een aanzienlijk deel van het ontzaglijke achterland van Canada, dat tot nog toe aan de Hudsonbaaimaatschappij was overgelaten, werd onder den naam van Britscli Columbia eerst wilde men het Nieuw-CJaledonië noemen) onder het rechtstreeksch jezag van de kroon gebracht. Het privilege der compagnie bleef echter '°or liet overige Noorden nog langen tijd gehandhaafd. Later is laar uit de kolouie Mauitoba gevormd. Vroeger had aan de westviist van Britsch ^ oord -Amerika onder liet oppergezag der compagnie illeen de kleine kolouie Yancouver's eilaud bestaan, die tot 1846 tot Dregon behoord had en eerst toen, bij de definitieve grensregeling usscheu Engeland en de Vereenigde Staten, voor goed aan Engeland vas afgestaan. Zij was daarna zeer toegenomen en begon reeds voor le ontwikkeling dier streken van groote beteekenis te worden. De >edoehng was eerst, deze laatste zelfstandig te laten bestaan, hoewel nen ze reeds terstond beide onder een zelfden gouverneur stelde, maar le wensch der inwoners strekte tot volkomen vereeniging van beide, iie dan ook na weinige jaren volgde. Thans telde de nieuwe kolonie log maar fi4.000 zielen, zonder de Indianen, Vancouver daarentegen ■5,000. Het laatste was op die wijs ongeveer het dichtst bevolkte ,eel van Britsch-Amerika, wat trouwens te begrijpen is, als men iagaat hoe klein het eiland was, terwijl de overige landen, zelfs het 'ijna in onbewoonden en onbebouwden staat verkeerende Columbia aargelaten, ontzaglijke oppervlakten besloegen. Zij begonnen in die 'ren sterk toe te nemen in bevolking. Terwijl Oost-Canada in 1851 og geen 900,000 zielen telde en West-Canada maar een 50,000 meer, 'aren die getallen in 1857 al op meer dan 1200- en 1350 duizend estegen, een vermeerdering dus van meer dan 30 procent. Ook <ieuw Brunswijk en Nieuw Schotland begonnen zich in deze dagen mzienlijk te ontwikkelen. Toen ter tijd, en nog lang daarna, werd uortdurend gevreesd, dat de machtige zuidelijke nabuur de Britsch.merikaansche koloniën verzwelgen zou. De sterke tegenstelling tus5hen het karakter der beide lauden kwam in die dagen veel minder it dan later, terwijl het gebrek aan eenheid voor Britsch Noord-